
De spraakmakende stikstofuitspraak van de Raad van State in mei 2019 die het Programma Aanpak Stikstof naar de prullenbak verwees wegens strijdigheid met de Europese richtlijnen en en passant ook de beoordelingssystematiek die daarbij hoorde, heeft niet geleid tot garanties dat de stikstofvervuiling van de natuur vermindert. Sterker nog: in bepaalde gevallen 'is een stijging niet uit te sluiten'.
Tot die conclusie komt een ambtelijke werkgroep van de provincies in een rapport dat afgelopen zomer al is opgesteld, maar nu pas is gepubliceerd. 'Het is een ontzettend complexe materie. We moeten zorgen dat de natuur herstelt, maar we moeten ook vergunningen afgeven,' schetst een woordvoerder van het Interprovinciaal Overleg de spagaat. 'Dit rapport laat zien dat het heel moeilijk is om daar een goede balans tussen te vinden.' Wat de overheid heeft gedaan om toch door te kunnen gaan met eerdere bouw- ein infrastructurele plannen is een nieuwe rekenmethode in het leven roepen met intern en extern salderen waarbij de daadwerkelijke schade aan de natuur van ondergeschikt belang lijkt.
De ambtenaren die in stikstofregels zijn gespecialiseerd vinden dat nader onderzoek nodig is. Dat het ene bedrijf de stikstofruimte van het andere gebruikt - minus 30 procent - betekent in de praktijk dat de stikstofreductie tegenvalt. In natuurvergunningen zit gemiddeld 30 procent aan stikstofruimte die wel is vergund, maar niet wordt gebruikt, schrijven de ambtenaren. De hoeveelheid stikstof die in de natuur terechtkomt, blijft dus ongeveer gelijk. In Zaanstad wordt ook driftig gesaldeerd, onder meer om de aanpak van de Guisweg te kunnen uitvoeren en voor de permanente openstelling van busbrug De Binding
. Meer stikstof toevoegen zou in principe niet mogen, maar zit er wel aan te komen.