Waarom intrekken vergunning Ornina ‘onontkoombaar’ was

Foto: Facebook / Restaurant Ornina

Uitbater Bassel Kurdi van restaurant Ornina aan het Kuilpad in Zaandam heeft de intrekking van zijn horeca-exploitatievergunning volledig aan zichzelf te wijten. Hij negeerde alle waarschuwingssignalen en raakte daarom op 29 juni zijn vergunning kwijt. Hij had de rechter toen kunnen verzoeken de sluiting tijdelijk op te schorten, maar dat verzuimde hij. En er is geen reden waarom Kurdi een voorkeursbehandeling zou moeten krijgen.

Dat is kort samengevat de uitleg die locoburgemeester Hans Krieger naar de gemeenteraad heeft gestuurd over de zaak-Ornina. Kurdi’s appèl tegen het verlies van de vergunning moet nog behandeld worden en de door de uitbraak van het coronavirus al zwaar getroffen ondernemer vroeg het college om in elk geval tot aan de zitting van de externe hoorcommissie weer open te mogen. Maar dat is geweigerd: hij is niet de enige die door corona in grote moeilijkheden zit en het virus is evenmin een reden geweest om bijvoorbeeld de sluiting van woningen en bedrijfspanden na overtredingen van de Opiumwet op te schorten. Een uitzondering maken voor Ornina zou daarom het gelijkheidsbeginsel ondermijnen.

Herhaaldelijke overtredingen

Krieger stuurde de raad ook een lijst met de door Kurdi begane overtredingen, maar die bijlage is niet op het openbare deel van het raadsinformatiesysteem gezet. Door de toezichthouders van de gemeente en politiemensen is volgens hem echter ‘herhaaldelijk’ geconstateerd dat de terrasvoorschriften en de sluitingstijden werden overtreden en is het restaurant zonder vergunning geëxploiteerd voor zalenverhuur.

Tussen de eerste overtreding en het moment waarop de vergunning werd ingetrokken is onder andere een bestuurlijke waarschuwing opgelegd, zijn de sluitingstijden teruggebracht en werd een preventieve last onder dwangsom opgelegd. Kurdi is meerdere keren telefonisch en digitaal gewezen op de ernst van de situatie en had ook nog een gesprek met de burgemeester. Maar het had allemaal niet het gewenste effect.

Precedentwerking

Op grond van het beleidsstuk Horeca sanctiestrategie en Sluitingenbeleid Zaanstad is vervolgens overgegaan tot intrekking van de horeca-exploitatievergunning en de Drank- en horecawetvergunning. Kurdi had op dat moment bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening kunnen vragen om zijn zaak in elk geval open te kunnen houden tot er een besluit lag over het door hem ingediende bezwaar, maar dat deed hij niet. En hem die toestemming toch verlenen zou een precedent hebben geschapen waar Zaanstad nog veel last van had kunnen krijgen: ‘De inwoners / ondernemers van wie op soortgelijke gronden de vergunningen zijn ingetrokken dan wel panden of woningen zijn gesloten zullen verwijzen naar deze zaak en daarbij mogelijk een beroep doen op het gelijkheidsbeginsel. Te meer omdat deze zaak reeds breed is uitgemeten in de media.’

Onontkoombaar

‘Er is sinds de allereerste overtreding van de vergunning zowel ambtelijk als bestuurlijk meerdere malen contact geweest met de vergunninghouder. Voor het college is het leggen van contact en het voorkomen van dergelijke situaties erg belangrijk,’ schrijft Krieger. ‘Ook in dit geval heeft de gemeente daarnaar gehandeld door contact te leggen en meerdere malen te waarschuwen. Echter: op het moment dat een ondernemer ondanks eerdere waarschuwingen en andere handhavingstrajecten die zijn ingezet volhardt in het overtreden van de voorwaarden van zijn vergunning, zijn vervolgstappen onontkoombaar,’ aldus de brief aan de raad.

De regels zoals deze zijn toegepast bij Kurdi en diens zaak gelden voor alle ondernemers in heel Zaanstad, benadrukt Krieger nog maar eens. ‘De gemeente mag geen onderscheid maken behoudens bijzondere omstandigheden. Juist door een gelijke lijn te hanteren, blijven wij een betrouwbare overheid voor alle inwoners en ondernemers.’ De brief beantwoordt ook de vragen die de POV en PVV over de kwestie stelden.

Reacties