
Er is behoefte aan een sterke regionale sturing om de Metropoolregio Amsterdam meer slagkracht te geven, maar er is tegelijkertijd weerzin tegen een regionaal orgaan dat zich macht en een positie toe-eigent zonder dat die geworteld zijn in de lokale en provinciale democratie. Die twee tegengestelde krachten maken het lastig om regiobreed zaken op te pakken, terwijl die regio steeds inniger verstrengeld raakt.
Een commissie onder leiding van MRA-voorzitter Femke Halsema analyseerde de stand van zaken en concludeert dat de organisatie van de Metropoolregio Amsterdam eenvoudiger moet worden om de grote ambities van het samenwerkingsverband te kunnen waarmaken. 'In internationaal perspectief moet de regio zich niet alleen onderscheiden door economische groeimogelijkheden, maar ook door de goed opgeleide beroepsbevolking, het sociaal evenwicht en de hoge kwaliteit van de leefomgeving. Zo kan de regio zich ontwikkelen tot een ‘metropool van grote klasse’. De organisatie moet hiervoor veranderen en overzichtelijker worden,' luidt de samenvatting. Wat de Zaanse ambassadeurs bij de MRA Romkje Mathkor (GroenLinks) en Juliëtte Rot (DZ) betreft ging het echter al mis bij de titel van het memo van de commissie over haar bevindingen: De noodzaak van de Metropoolregio Amsterdam .
Die plompverloren stelling zonder duiding viel slecht bij de Zaanse politici: het voorstel voor verbeteringen had in hun ogen moeten beginnen met een analyse van de de meerwaarde van de MRA voor gemeenten en hun inwoners. 'Daarmee zou veel scepsis en wellicht weerstand weggenomen kunnen worden, waaronder de hoogte van de gemeentelijke bijdrage in relatie tot ‘what’s in it for me.’' De worsteling van gemeenten die de eigen belangen laten prevaleren en de 'noodzaak' om over de eigen gemeentegrenzen heen te kijken wordt momenteel goed zichtbaar rond de windmolens die Amsterdam in gedachten heeft voor de Noorder IJplas: doof voor de grote bezwaren uit Zaanstad wordt 'regionale samenwerking' niet iets van 'doen' maar van 'doen waar het zo uitkomt'.
De democratische legitimatie van grote samenwerkingsverbanden zoals de MRA staat al ter discussie sinds ze in zwang kwamen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor recreatieschappen, waar Zaanstad wel aan meebetaalt ( Twiske - Waterland
, het Alkmaarder- en Uitgeestermeer) maar waar de gemeenteraad aan de zijkant staat bij de besluitvorming. Zij mogen uiteindelijk een oordeel vormen over een pasklaar voorstel waarin ze geen inbreng hebben gehad. Het lijkt Mathkor en Rot een goed idee om de inbreng van de raden te standaardiseren en ervoor te zorgen dat die eerder op de hoogte worden gebracht van ontwikkelingen, zodat ze een vinger aan de pols kunnen houden. 'Tenslotte zouden wij wel eens willen weten hoe de Metropoolregio Rotterdam- Den Haag functioneert. Hoe zit het bijvoorbeeld daar met de governance en de democratische legitimiteit?' schrijven ze ook.
Strateeg Ben Verwaayen ondervroeg op verzoek van de commissie de 32 burgemeesters en twee commissarissen van de Koning in de MRA over hun toekomstbeeld en die bleken 'opvallend gelijkgestemd': 'Vrijwel niemand denkt dat in de regio alles bij het oude kan blijven, en even weinig bestuurders denken dat de metropool zich moet toeleggen op maximale economische competitie met andere Europese regio’s. Er is grote waardering voor de historische wording, de grote variatie in stedelijke kernen en landschappelijke schoonheid, de brede welvaart en de spreiding van maatschappelijke kansen, en men beschouwt nabijheid en menselijke maat als een grote kracht.'
In de internationale vergelijkingen moet de metropoolregio zich daarom niet in de eerste plaats onderscheiden door zijn rijkdom en economisch groeipotentieel maar door zijn duurzame innovatiekracht, sociale evenwicht en culturele vernieuwing, luidt de conclusie van de commissie. 'Het onderscheidend vermogen van de metropoolregio ligt niet in de kwantiteit van bulkproductie en groeicijfers maar in de kwaliteit van zijn beroepsbevolking, het potentieel van zijn jongeren, het ondernemersklimaat waarin startups en innovatie floreren en van de dagelijkse omgeving om te wonen, werken en te recreëren.' Dat leidt tot onderstaande drie doelen:
Ernstige belemmeringen om de ambitie om 'een metropool van grote klasse' te verwezenlijken zijn er echter ook. De arbeidsproductiviteit en - participatie nemen nauwelijks toe, er zijn tekorten op de arbeidsmarkt, de mobiliteit staat onder druk en de vraag naar betaalbare woningen stijgt sneller dan het aanbod waardoor de toegankelijkheid van de regio in gevaar is. In de energietransitie, klimaatadaptatie en de omvorming tot een circulaire economie liggen grote kansen voor innovatie en nieuwe welvaart, maar deze vergen ook grote aanpassingen van inwoners en overheden. In een ideale wereld zou de MRA daar de komende jaren eendrachtig leiding aan geven en de kar trekken. Hoe alle neuzen dezelfde kant op te krijgen zijn is echter een vraag die door de commissie nog niet beantwoord is. Hte is nu aan de raden en aan Provinciale Staten om zich over het stuk uit te spreken.
De commissie bestaat naast Halsema uit Arthur van Dijk (commissaris van de Koning in Noord-Holland), Leen Verbeek (commissaris van de Koning in Flevoland), Franc Weerwind (burgemeester van Almere), Gerard Kuipers (wethouder in Hilversum) en Thijs Kroese (wethouder in Purmerend). De MRA is een samenwerkingsverband van 35 overheden: 32 gemeenten, de provincies Noord-Holland en Flevoland en de Vervoerregio Amsterdam.