Jeugdhulp stevent weer af op tekort: gedeeltelijke cliëntenstop

Foto: Pixabay

De helft van het jaar is nog maar voorbij en het geld voor de jeugdzorg is al schaars. Een aantal organisaties voor specialistische jeugdhulp in Zaanstreek – Waterland mag daarom in principe geen nieuwe cliënten meer aannemen.

‘Voorop staat dat onze jeugdigen die acuut hulp nodig hebben die hulp altijd krijgen. Maar dan moeten we die hulp wel kunnen blijven betalen. Waar mogelijk zullen we daarom proberen alternatieven te bieden voor de zwaardere, dure specialistische jeugdhulp,’ zegt de Zaanse wethouder Songül Mutluer, voorzitter van het wethoudersoverleg Jeugd Zaanstreek – Waterland. De organisaties die in de acht regiogemeenten dure, specialistische jeugdzorg leveren hebben te maken met normbudgetten die ze niet mogen overschrijden, maar daar zijn ze wel naar op weg.

Vijf miljoen minder

De regionale normbudgetten voor 2020 zijn in totaal vijf miljoen euro lager vastgesteld dan de werkelijke kosten waren in 2018. Ook in 2019 liepen de uitgaven verder op. In vrijwel alle gemeenten in de regio stijgt het aantal hulptrajecten echter: er is dit jaar al meer doorverwezen dan in dezelfde periode vorig jaar en er is een verschuiving naar de duurdere hulpvormen, zoals verblijf in een gezinshuis of een groep binnen een instelling. Het was juist de bedoeling dat die duurdere trajecten zouden afnemen.

De gemeenten hebben volgens Mutluer geen extra geld beschikbaar om de budgetten voor specialistische hulp op te rekken. ‘Hier dringen we regelmatig op aan bij het Rijk, want zo kan het niet langer. Dit speelt niet alleen in onze regio, maar is echt een landelijk probleem.’ De cliëntenstop wordt merkbaar voor de jeugdigen met een hulpvraag en de gezinnen. Bij een verwijzing zal worden gekeken of er alternatieven mogelijk zijn, bijvoorbeeld in de vorm van hulp door een lokaal team of naar een organisatie die nog wel budgettaire ruimte heeft of komt het kind op een wachtlijst. Wanneer dit alles niet mogelijk is maar de situatie toch vraagt om de inzet van de dure hulpaanbieder, dan zullen de gemeenten alsnog in de buidel tasten om schrijnende situaties te voorkomen.

Herevaluatie duurste indicaties

Op dit moment zijn de voornaamste financiële problemen bij de aanbieders die zorg leveren aan kinderen met een lichte verstandelijke beperking en bij de jeugd- en opvoedhulp. De aanmeldingen blijven binnen komen, waarvoor niet één duidelijke verklaring te geven is. De insteek bij de jeugdhulp is al sinds 2018 om meer preventief te werken en dat blijft zo. Het gaat dan om het aanbieden van lichtere hulp waar dat kan en zware hulp na gezamenlijk overleg. Daarnaast is er een (her)evaluatie van de tien procent duurste indicaties. ‘Voorkomen is beter dan genezen. Dat betekent dat problemen niet groter worden dan nodig is. We zien in de hele regio dat dit soort preventieve maatregelen werken, maar het kost tijd voordat we daar de financiële effecten van zien. Uiteindelijk wil je iedereen zo snel mogelijk de juiste hulp kunnen bieden, zeker aan onze jeugdigen,’ aldus Mutluer in een persbericht.

Tekort

Volgens de laatste cijfers gaat de jeugdhulp in Zaanstreek – Waterland dit jaar tussen 41,8 en 44,6 miljoen euro kosten, waarmee wordt afgekoerst op een budgetoverschrijding tussen zes en negen miljoen euro, waarvan 1,7 miljoen voor Zaanstad. ‘Er is qua raming nog voorzichtigheid geboden vanwege de huidige beperkingen in het informatiesysteem,’ zo wordt hewaarschuwd in een brief aan de gemeenteraad. Daarnaast moeten gemeenten er rekening mee te houden dat bij een aantal aanbieders de trajecten die cliënten vorig jaar zijn begonnen nog doorlopen en ook leiden tot normbudgetoverschrijdingen.

Tarieven

Eind 2019 zijn nieuwe tarieven vastgesteld voor de specialistische jeugdhulpaanbieders. Er is strak gestuurd op verlaging van de tarieven, maar tegelijkertijd heeft de regio zich hard gemaakt voor het betalen van een reëel tarief voor kwaliteit. De aanbieders hadden dit jaar te maken met aanzienlijke CAO-loonsverhogingen, die voor 75 procent gecompenseerd zijn in de tarieven om een reëel tarief te kunnen betalen. Gemiddeld gezien zijn de tarieven met drie procent gestegen.

Reacties