
Banken frustreren het verduurzamen van binnenvaartschepen omdat ze er geen leningen voor willen verstrekken. En dat is jammer, zegt brancheorganisatie Koninklijke BLN Schuttevaer. De Tweede Kamer houdt er vandaag een hoorzitting over.
De wil is er bij de schippers en de technologie ook, maar het financiering is nauwelijks te krijgen omdat het simpelweg niet loont om in verduurzaming van binnenvaartschepen te investeren, zegt Hester Duursema, algemeen directeur van BLN Schuttevaer. 'De terugverdientijd is er niet, omdat de klant niet betaalt voor de reductie van fijnstof.'
Om investeringen terug te verdienen
zouden
de verlader
s
bijvoorbeeld lange termijncontracten aan kunnen bieden,
maar dat willen ze niet. Voor de schippers is h
et probleem dat scheepsmotoren tien tot 40 jaar meegaan en er veel onduidelijkheid is over technologische eisen en aanpassingen.
De organisatie is daarom met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in gesprek om te komen tot een green deal. Het is echter nog onduidelijk of de sector op financiële steun kan rekenen.
De binnenvaartvloot telt 5500 schepen groot en de helft van die schepen vaart met een bemanning van tussen de 50 en 70 jaar oud, die niet zal vergroenen omdat ze de investering niet terug kunnen verdienen. Oudere motoren stoten veel roet, fijn- en stikstof uit. Voor de transportsector is de binnenvaart echter essentieel: een klein schip van 80 meter neemt net zoveel vracht mee als 45 vrachtwagens. Als er minder over water wordt vervoerd staat Nederland permanent in de file, met alle gevolgen voor het milieu van dien.

CO2 (kooldioxide) is het belangrijkste broeikasgas en ontstaat bij de verbranding van brandstof. De capaciteit van een vervoerswijze heeft een belangrijke invloed op deze uitstoot. Zeker op dit gebied is de binnenvaart in het voordeel. Door de grote volumes die de binnenvaart in een keer mee kan nemen, is het brandstofverbruik per tonkilometer relatief erg laag. Het aandeel van de binnenvaart in de gehele CO2-uitstoot van de transportsector in Nederland is slechts vijf procent, terwijl het binnenvaartaandeel in het goederenvervoer 35 procent bedraagt. Vervoer per schip stoot zelfs drie tot zes keer minder CO2 uit dan vervoer over de weg.

NOx (stikstofoxiden) is verantwoordelijk voor onder meer verzuring, ozonvorming (smog) en voor het broeikaseffect. Door schepen uit te rusten met zogenoemde SCR-katalysatoren en roetfilters kan de uitstoot van NOx tot 90 procent worden gereduceerd.

PM10 is beter bekend als fijnstof. De hoogte van de uitstoot van fijnstof is mede afhankelijk van het zwavelgehalte in de brandstof. Sinds 2011 maakt de gehele binnenvaart gebruik van een brandstof met een lager zwavelgehalte. De uitstoot van fijnstof nam hierdoor met zeventien procent af. Nog meer van invloed op de uitstoot van fijnstof is het plaatsen van roetfilters. De uitstoot zal zelfs tot 98 procent teruggedrongen kunnen worden.
De Europese Commissie werkt aan nieuwe emissieregels voor onder andere de binnenvaart, die in 2020 moeten worden ingevoerd.
Afgelopen winter was er een Europese aanbesteding voor ondernemers die willen investeren in de verduurzaming van hun schip en van de binnenvaartsector. Het project CLean INland SHipping (CLINSH) is een Europees project ter bevordering van duurzaam vervoer over water.
Na de benodigde aanpassingen aan boord gaat de praktijkproef begin volgend jaar van start met 30 schepen, waarop gedurende een tot twee jaar continu de uitstoot aan boord wordt gemeten. De verzamelde data bieden een handvat voor beleidsmakers bij lokale, regionale, nationale en internationale overheden en instanties.
De schippers krijgen een financiële compensatie voor deelname aan het project. Voor het aanschaffen en laten installeren van de technologie tot 50 procent van de gemaakte kosten, inclusief een onkostenvergoeding van maximaal 10.000 euro per schip. De schippers die al met een emissiereducerende technologie of alternatieve brandstof voeren kunnen per schip tot 10.000 euro onkostenvergoeding krijgen.
[embed][/embed]