Noord-Hollandse boeren kunnen vanaf deze week weer actief houtduivenschade op hun percelen bestrijden zoals zij dat vóór 2023 gewend waren. Dat is mogelijk dankzij een nieuwe vergunning.
Houtduiven kunnen uit gewassen worden verjaagd met 'ondersteunend afschot': door enkele vogels dood te schieten leert de groep dat die akkers onveilig zijn om te blijven. Tot en met 2023 konden agrariërs houtduiven verjagen en, indien nodig, afschieten op basis van een landelijke vrijstelling. Na het vervallen daarvan nam de landbouwschade merkbaar toe. Zonder vrijstelling moest de provincie de schade vergoeden en vorig jaar kostte dat 8,5 miljoen euro.
Nadruk op voorkomen
Om de bestrijding van de duiven weer mogelijk te maken vroeg de Faunabeheereenheid Noord-Holland een vergunning aan bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, gebaseerd op het door de provincie vastgestelde Faunabeheerplan Houtduif. Met de nieuwe vergunning kunnen agrariërs nu optreden zoals voorheen, waardoor de nadruk weer wordt verlegd naar het voorkomen van schade in plaats van het achteraf vergoeden ervan. De provincie zal daarom de schade die door houtduiven wordt aangericht dus niet langer vergoeden.