Bedrijven Aris van Broekweg pertinent tegen woningen naast de deur

De Aris van Broekweg: zó dicht bij het centrum en toch zo'n andere wereld.
Foto: Google Street View

Vijf bedrijven aan de Aris van Broekweg in Zaandam maken zich ernstig zorgen over de plannen van de gemeente om wonen en bedrijvigheid te mengen op het industrieterrein vlakbij het station. Sterker: het is volstrekt onuitvoerbaar idee, zo laten ze in een gezamenlijke visie aan het college van B & W weten.

Op een voorlichtingsavond in december werden de bedrijven geconfronteerd met schetsen en vergaande plannen waarover geen vooroverleg was geweest. En dat terwijl medio 2012 nog expliciet door de gemeente werd gesteld dat er geen wijzigingen in de bedrijfsbestemming meer zouden worden doorgevoerd. Datt was voor meerdere bedrijven reden om fors te investeren in hun bestaande locatie. Volgens Samlex Europe, Bosma en Bronkhorst, Bouwbedrijf Daan Plekker, Machinefabriek K. van Nek en Schiethaven heeft de gemeente geen idee wat zij daar aan het doen zijn. Bij de bedrijven ‘leeft sterk het idee dat de gemeente niet op de hoogte is van de hier gevestigde bedrijvigheid, de werkzaamheden die ter plaatse worden uitgevoerd, de ontwikkelingen die worden bedacht en dat de impact hiervan op een woonomgeving sterk wordt onderschat’.

Zware transporten

De bedrijven vragen de gemeente ‘met klem’ om bij verdere ontwikkelingen betrokken te worden. Een aantal valt in de zwaardere milieucategorieën en voert bedrijfsactiviteiten uit die gelet op hun aard en de invloed op de omgeving niet passen in een woongebied. Zo wordt veelvuldig gebruikgemaakt van zware transporten voor het aanvoeren van grondstoffen en het afvoeren van eindproducten. Dat kan niet door een woonwijk. Gevaarlijke verkeerssituaties, lawaai en lichtvervuiling zijn onvermijdbaar. Zo kan in de zomer door openstaande deuren hinderlijk licht afkomstig van laswerkzaamheden optreden. Maar werknemers hebben recht op voldoende daglicht en die deuren sluiten is geen optie.

Parkeerdruk

Daarnaast is de parkeerdruk in de directe omgeving een groot probleem, aldus de bedrijven. ‘Veel werknemers komen met de auto. Uit de plannen blijkt niet dat voor de te ontwikkelen nieuwbouw een passende parkeeroplossing is gevonden die ook het probleem van de in de buurt parkerende forenzen oplost. Het bestaande bedrijventerrein duurzaam en intensief blijven gebruiken met een goede mix van wonen en werken klinkt in eerste aanleg goed en logisch zolang de bestaande situatie gehandhaafd blijft. Echter in de planvorming van de gemeente wordt de wijk grondig aangepakt, waarbij oude woningen plaats maken voor nieuwe en nieuwbouwwoningen op korte afstand van de bedrijven worden gebouwd, daar waar in de oude situatie de woningen op ruime afstand stonden.’ In de ‘dove gevels’ waarmee de gemeente schermt voor de nieuwe huizen zien de ondernemers niets: die hebben volgens hen elders ook geen soelaas geboden: ‘De vensters staan zelfs open.’

Onmogelijk

Er wordt, zo geven zij aan ‘eenzijdig en kortzichtig omgegaan met wonen en werken‘. ‘Het zal duidelijk zijn dat er van goed wonen noch van goed werken sprake kan zijn wanneer op deze manier bedrijven die vallen onder de zware milieucategorie, en hier ook de vergunning voor hebben, worden ingeklemd en op slot gezet. Overigens werkt een aantal bedrijven met hoge trillingsgevoelige machines. Storingen in deze apparatuur ten gevolge van bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden moeten uitgesloten worden.’ De conclusie van de vijf is dat een gedeeltelijke transformatie voor het binnenstedelijk bedrijventerrein gelet op de huidige activiteiten onmogelijk is, omdat de ruimte er niet is en evenmin wenselijk. Niet voor de bedrijven en niet voor de toekomstige bewoners.

Niet én én maar óf óf

‘Er zullen door gemeente en andere betrokken partijen duidelijke keuzes gemaakt moeten worden. Of er wordt gekozen voor werken, wat inhoudt dat er bedrijven terugkomen op braakliggend terrein óf er wordt gekozen voor wonen en dan zal de gemeente Zaanstad voor de bedrijven aan de Aris van Broekweg moeten zorgen voor passende alternatieve locaties en voorzien in een goede financiële compensatieregeling,’ zo schijven de ondernemers. ‘Wij vragen u om de gemeentelijke visie te herzien en een nieuw stedenbouwkundig plan op te stellen waar continuïteit van de bedrijvigheid is gewaarborgd, ook voor de nieuwe generatie. Maar dan wel na een grondige inventarisatie en uitvoerig overleg met alle direct betrokkenen binnen het plangebied.’

 

Reacties