
De aanwijzing van Poelenburg en Peldersveld als gebieden die in aanmerking komen voor een speciaal regime , was landelijk nieuws. Soms met ronkende koppen. Maar op grond waarvan mag die zogenoemde Rotterdamwet nou eigenlijk worden toegepast in beide wijken? En waar hebben we het nu eigenlijk over?
Aanwijzing op grond van artikel 5, tweede en derde lid van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) maakt het mogelijk om in de plaatselijke huisvestingsverordening te bepalen dat:
Dat geldt zowel voor de sociale huurwoningen en vrije sector huurwoningen van de corporaties als voor particuliere huurwoningen. De maatregel geldt voor vier jaar en kan daarna nog eens met dezelfde termijn worden verlengd mits aan alle voorwaarden wordt voldaan.
Een van de belangrijkste voorwaarden bij een restrictief toewijzingsbeleid is dat geweigerde huurders voldoende mogelijkheden hebben om elders in de regio onderdak te vinden – loopt dat spaak, dan kan de minister de toestemming intrekken.
In haar motivering om akkoord te gaan met de aanvraag van Zaanstad, gaat minister
Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken
uitgebreid in op de situatie in de twee wijken.
Op basis van de Leefbaarometer komt naar voren dat Poelenburg en Peldersveld respectievelijk 'onvoldoende' en 'zwak' scoren.
'U geeft in uw aanvraag tevens aan dat met name de scores van de Leefbaarometer op de dimensie Bewoners (bevolkingssamenstelling) en de dimensie Veiligheid eraan bijdragen dat de leefbaarheid zwaar onder druk staat in Poelenburg en Peldersveld. Ook uit de Wijkenmonitor komt naar voren dat Poelenburg sterk ondergemiddeld scoort op de dimensies 'Meedoen’ en ‘Capaciteiten’, ondergemiddeld op ‘Leefomgeving’ en gemiddeld op ‘Sociale binding',' schrijft Ollongren.
De Wijkenmonitor richt zich niet op de afzonderlijke buurt Peldersveld, maar op de hele wijk Pelders- en Hoornseveld. Die wijk scoort ondergemiddeld op de dimensies 'Sociale binding' en 'Capaciteiten', en gemiddeld op de dimensies ‘Meedoen’ en ‘Leefomgeving’. Het gaat hier om wijkgemiddelden.
De buurt Hoornseveld scoort daarbij vanwege de samenstelling van de bevolking aanzienlijk beter dan de buurt Peldersveld.
Het grootste deel van de buurt Peldersveld komt daarin als ‘zwak’ naar voren en het gedeelte het dichtst bij de wijk Poelenburg als ‘ruim onvoldoende’. In dat deel staan ook de hoogbouwflats met corporatiewoningen. Hoornseveld scoort gemiddeld ‘ruim voldoende’ tot ‘goed’.
Poelenburg scoort op Veiligheid een 7,4 en Pelders- en Hoornseveld een 7,4. Beide scoren lager ten opzichte van Zaanstad als geheel met 7,8. Het aantal aangiftes van diefstal en inbraken is er hoog in vergelijking met de rest van Zaanstad. Maar het aantal aangiftes is niet het hele verhaal. Uit onderzoek naar ondermijnende criminaliteit in onder andere Poelenburg ( Tops en Van der Torre ) blijkt namelijk dat de verleiding van snel geld en status groot is, waardoor opleiding en regulier werk als perspectief voor bewoners uit beeld verdwijnen. Dit leidt tot overlast, dwang, dreiging en geweld.
Juist de bewoners in kwetsbare wijken lopen een groot risico, zowel om opgenomen te worden in deze netwerken als om er het slachtoffer van te worden. Om de criminele netwerken en de belangrijkste personen aan te pakken, startte Zaanstad een programma Ondermijning met onder andere als aandachtsgebied Poelenburg en Peldersveld.
Prioriteit wordt gegeven aan de aanpak van woonfraude. arbeidsuitbuiting, malafide horeca, illegaal gokken en hennepteelt. Dit speelt op aanzienlijke schaal in Poelenburg en Peldersveld:
Cijfers van de politie in de periode januari tot en met september 2017 geven het volgende beeld:
Het is op basis van deze cijfers en de beschreven woonkwaliteit in de wijken dat Poelenburg en Peldersveld zijn aangewezen voor selectieve woningtoewijzing. Dat betekend concreet dat woningzoekenden met inkomen uit arbeid voorrang krijgen, met daarbinnen weer voorrang voor mensen met een inkomen uit non-commerciële dienstverlening - denk aan het openbaar bestuur, overheidsdiensten, onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg, cultuur, sport en recreatie. Daarnaast gaat de voorkeur uit naar mensen met minimaal een startkwalificatie.
Zowel bewoners en professionals van Poelenburg en Peldersveld hebben zelf aangegeven dat er veel mensen met sociaal-economische problemen in de wijken wonen. Ze willen dat dit verandert. Ook uit de voortgangsrapportage over het Actieplan Poelenburg en Peldersveld, in de periode tot 1 oktober 2017, blijkt dat bewoners, ouders, sociale partners als schoolbesturen en corporaties eensgezind zijn in hun analyse dat de instroom van nieuwe achterstandsgroepen zoveel mogelijk een halt moet worden toegeroepen.
Het aantal verwijzingen naar HALT ligt in Poelenburg en Peldersveld gemiddeld 60 procent hoger dan gemiddeld in de gemeente. Twintig procent van de woninginbraken in Zaanstad vindt plaats in Poelenburg en Peldersveld. Dit percentage geldt ook voor het aantal gestolen motorvoertuigen. Eén op de acht diefstallen uit onder meer boxen en garages wordt gepleegd in deze wijken.
Zaanstad liet de minister weten dat het voor de bewoners in Poelenburg en Peldersveld belangrijk is dat er minder vaak het verkeerde (criminele) voorbeeld wordt gegeven, waarbij het verkeerde pad met snel geld verdienen een lonkend perspectief is. Daarnaast gaven bewoners aan dat in veel woningen overbewoning is en dat veel mensen illegaal onderverhuren en er sprake is van woonfraude.
Voor de Rotterdamwet kan worden ingezet,
dient de gemeenteraad voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat eerder al minder ingrijpende instrumenten zijn ingezet en dat die geen afdoende oplossing hebben bewerkstelligd.
Door de financiële crisis werd de financiering voor met name fysieke ingrepen uit het Masterplan Poelenburg geschrapt, maar met het uitvoeringsplan 2012-2015 is er wel wat gebeurd. Zoals:
De corporaties hebben samen en in gesprek met de gemeente gekeken welke mogelijkheden er zijn om binnen de huidige Huisvestingsverordening te kunnen sturen op de instroom en toewijzing. Dit was onvoldoende het geval. In Poelenburg Oost komen nieuwe woningen, waarbij wordt ingezet op koopwoningen in het middensegment. Op deze manier ontstaat een betere balans tussen sociale huur en andere type woningen.
De politie en straattoezicht (gemeente) hebben de afgelopen tijd extra ingezet op toezicht op straat, onder meer door extra controles door politie en jeugdboa's. Er is cameratoezicht, opgetreden tegen samenscholingen, gebiedsverboden werden mogelijk en extra surveilleren eveneens. En er zijn drie wijkagenten gekomen waar dat er voorheen één was.
Maar het kan en moet beter in de twee wijken.
De selectieve woningtoewijzing op grond van de Wbmgp heeft betrekking
op 2041 woningen in corporatiebezit in Poelenburg en 1457 in Peldersveld (in totaal 3498).
In Poelenburg zijn 162 huurwoningen in particulier bezit en in Peldersveld 165 (in totaal 327). Het percentage huurwoningen in bezit van corporaties en particulieren in Poelenburg en Peldersveld bedraagt daarmee 12,2 procent van het totaal in Zaanstad.
In de woningmarktregio (stadsregio Amsterdam, Amstelland-Meerlanden en Zaanstreek-Waterland) hebben woningbouwcorporaties 256.000 huizen in bezit; in Zaanstad is 26.115. Dat betekent dat het corporatiebezit van Zaanstad op 10,2 procent ligt.
In Poelenburg staat 0,8 procent van de corporatiewoningen van de regio, in Peldersveld 0,6 procent. Dit zijn volgens Zaanstad en ook volgens de provincie aanvaardbare percentages, op basis waarvan niet wordt verwacht dat de slagingskansen van afgewezen woningzoekenden 'significant zullen afnemen'.
Voor de corporatiewoningen betekent dit dat jaarlijks in totaal ongeveer 192 woningen selectief kunnen worden toegewezen. In de stadsregio gaat het in totaal om 8726 woningen die (op basis van de cijfers van 2016) vrijkomen. Het aantal toe te wijzen corporatiewoningen in Poelenburg en Peldersveld maakt dus 2,2 procent uit van het totale aantal in de stadsregio.
Zaanstad wil de selectieve woningtoewijzing laten plaatsvinden op grond van politiegegevens. Dit instrument heeft de voorkeur boven een Verklaring omtrent het gedrag omdat:
De minister is daarmee akkoord. Ze wijst Zaanstad er nog eens op dat artikel 9 wordt toegepast om voorrang te verlenen bij de woningtoewijzing aan doelgroepen op basis van bepaalde sociaal-economische kenmerken en dat de 'geweigerden' zullen moeten worden gevolgd in verband met het vinden van passende huisvesting in de regio.
De aanwijzing wordt ingetrokken als:






