
'Het opstellen van de begroting voor volgend jaar gaat door de corona-uitbraak gepaard met grote financiële onzekerheden en daardoor is het maken van een sluitende begroting een zoektocht,' schrijft wethouder van Financiën Hans Krieger aan de raad. Er is echter een koers uitgezet om daar richting aan te geven.
Als houvast zijn zes afwegingsprincipes geformuleerd: inzetten op preventie; durven differentiëren; inzetten op kwaliteit; bondgenootschap en efficiënte samenwerking en bezinnen op gemeentelijke rol. De coronacrisis heeft allerlei directe en indirecte gevolgen voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en het verdere verloop van de crisis is ongewis. De ernst van de economische en maatschappelijke gevolgen zijn nu nog moeilijk in te schatten. Maar toch moeten er beredeneerde keuzes worden gemaakt voor de toekomst, waar ook prijskaartjes aan hangen.
Na de noodmaatregelen voor de korte termijn en het inrichten van de anderhalvemetersamenleving moet worden nagedacht over de middellange en lange termijn. De gemeente heeft daarom impactanalyses
uitgevoerd op zes maatschappelijke opgaven waarvoor Zaanstad de komende jaren gesteld wordt. Deze opgaven komen voort uit de analyse van Platform31 van Zaanstad
uit 2018 en zijn de pijlers onder de omgevingsvisie. De zes centrale opgaven zijn:
Samen met de VNG en 40 grootste gemeenten wordt momenteel een actieve lobby gevoerd om de financiële positie van Zaanstad en de andere gemeenten te optimaliseren, aldus de wethouder. 'Dat geldt zowel voor voldoende compensatie voor de effecten van corona als op verschillende andere beleidsterreinen, zoals de jeugdzorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Bij het maken van de impactanalyses en de afwegingsprincipes hebben wij naast gesprekken met een aantal sleutelfiguren van maatschappelijke organisaties en instellingen ook geput uit rapporten van onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving.'
De planbureaus roepen op om reeds in gang gezette veranderingen te versnellen, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt of in de zorg, het onderwijs en ten aanzien van meer duurzaamheid. Ook Platform31 keek naar de toekomst post-corona en concludeerde dat steden sterker uit de crisis tevoorschijn kunnen komen als vraagstukken zo integraal mogelijk worden aangepakt
. De zes afwegingsprincipes zijn daarop afgestemd. Wat houden die in?
Investeren aan de voorkant voorkomt hogere kosten en grotere problematiek op een later moment. Dat geldt overal, of het nu gaat om het voorkomen van onderwijsachterstanden en armoede of duurzaamheid en klimaatadaptatie. Ook handhaving kan soms erger voorkomen. Voorkomen is in de regel dus beter dan genezen. Dat betekent dat bij het maken van keuzes prioriteit wordt gegeven aan die onderwerpen die bijdragen aan het voorkomen van problemen op de langere termijn.
Beleid moet volgens het gelijkheidsbeginsel generiek worden opgesteld, maar hoeft niet generiek te worden toegepast. Soms gaat alles vanzelf goed en hoeft niet alles in gelijke mate te worden gedaan in de gehele gemeente. Differentiëren betekent dat capaciteit en geld wordt ingezet in die gebieden voor groepen waar de urgentie het grootst is.
Groeien met kwaliteit naar een stad met 200.000 inwoners in 2040 vraagt volgens het college om een integrale aanpak. Bij het investeren in verdichting zal altijd worden gezocht naar een combinatie van alle opgaven, zoals duurzaamheid, klimaatadaptatie, kansengelijkheid en economische ontwikkeling. De financiële inzet rendeert het meest wanneer meerdere doelstellingen aan elkaar gekoppeld worden, is het uitgangspunt. 'Dat betekent dat we met prioriteit in die gebieden investeren waar we zoveel mogelijk ambities uit alle opgaven kunnen combineren.'
In het werken aan een kwalitatief hoogwaardige stad speelt iedereen een rol: inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en wat dies meer zij. Nu is het de kunst om de kracht van de samenleving en de expertise van al deze partijen steeds meer te benutten en te erkennen dat anderen daarin soms beter zijn dan het bestuur, geeft de wethouder toe. Daarnaast dienen bondgenootschappen en samenwerkingen te worden gezocht met de buurgemeenten en de Metropoolregio Amsterdam en met andere overheden zoals het Rijk en de provincie of netwerken als de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de G40. 'Dat betekent dus dat we vooral kiezen voor inzet en capaciteit in die projecten die we samen met partners en stad kunnen uitvoeren.'
De gemeente kan en hoeft niet altijd zelf de kar te trekken, is hier de leidende gedachte. 'Bij de start van beleid of een nieuw project is bezinning op de gemeentelijke rol belangrijk: waar zijn we zelf voor verantwoordelijk en wat kunnen partijen als corporaties, de horeca en het bedrijfsleven (beter) doen en wat laten we bij de inwoners. Soms hoeven we alleen te faciliteren, soms hebben we een wettelijke verplichting en soms kunnen we het initiatief bij onze inwoners, ondernemers of maatschappelijke instellingen laten. Dit moet telkens een nieuwe afweging zijn. Dat betekent dat we bij het maken van keuzes kunnen differentiëren in capaciteit en middelen op basis van definiëring van onze rol en die van andere partijen.'






