
De smeltende sneeuw gaat naar verwachting niet voor overlast zorgen. Als het gaat dooien is de schatting van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier dat er zo’n tien tot 20 millimeter water in de sloten en kanalen terechtkomt. De gemalen pompen zo’n vijftien millimeter water per etmaal weg.
De hoeveelheid sneeuw die smelt staat gelijk aan één hele natte dag. Dat is in het najaar en winter normaal. De gemalen kunnen dit goed aan. De hoeveelheid neerslag is te berekenen met dit rekensommetje: één centimeter sneeuw staat gelijk aan één tot anderhalve millimeter regen. Het kan zijn dat de bodem nog bevroren is of dat er warmere regen valt op een dik pak sneeuw. Het water kan dan nog niet de bodem intrekken en spoelt eerder af naar het riool en sloten en kanalen.
Als de temperatuur stijgt en de sneeuw in korte tijd gaat smelten, kan het smeltwater mogelijk snel tot afvoer komen door verzadiging van de bodem. Bij verzadiging zit de grond ‘vol’ en kan geen nieuw water meer opnemen. In dat geval krijgen de gemalen veel water te verwerken in het watersysteem en op de vijftien rioolwaterzuiveringsinstallaties van HHNK. Dit gezuiverde water wordt vervolgens geloosd in het oppervlaktewater. Ook hier is de verwachting dat dit niet leidt tot wateroverlast.





