
De afdeling advisering van de Raad van State oordeelt dat de vernieuwde Huisvestingswet zoals die nu ter tafel ligt onvolkomenheden bevat. Zo worden vraagtekens gezet bij mogelijkheden voor de verdeling van goedkopere koopwoningen , vanwege de gevolgen voor eigenaren die hun huis willen verkopen.
Hoewel de afdeling advisering begrip heeft voor de keuze om gemeenten de mogelijkheid te bieden meer te sturen op de verdeling van woningen onder bepaalde groepen, zitten daarbij ook addertjes onder het gras. Gemeenten zouden in de toekomst bijvoorbeeld bij de uitgifte van huisvestingsvergunningen voor goedkopere huurwoningen vaker voorrang mogen geven aan mensen met een maatschappelijke of economische binding met gemeente hebben of aan bepaalde essentiële beroepsgroepen, zoals hier al gebeurt in Poelenburg en Peldersveld. Dat vergt volgens het advies voot een algemene uitrol nog een nadere onderbouwing.
Ook krijgen gemeenten de mogelijkheid om voor het bewonen van koopwoningen tot de grens van de Nationale Hypotheekgarantie (355.000 euro in 2022) een huisvestingsvergunning te eisen. De RvS-afdeling snapt dat in de huidige overspannen woningmarkt meer sturing gewenst is, maar merkt ook op dat de woningmarkt 'zeer complex is en regionaal verschillend' is. 'Daarom is een adequate probleemanalyse vereist, waarin nader wordt ingegaan op relevante rechten, belangen en achterliggende uitgangspunten. Die ontbreekt nog in de toelichting bij het wetsvoorstel.'
Ook vindt zij de beperking van de vrijheid van vestiging en de verenigbaarheid met het gelijkheidsbeginsel onvoldoende onderbouwd. De regering dient 'de noodzaak, geschiktheid en proportionaliteit van de wijzigingen van de voorrangsregels nader te motiveren,' aldus het advies. Daarbij wordt bijzondere aandacht gevraagd voor de groepen die van deze wijzigingen nadeel ondervinden.