Pleidooi om Westzijde 24 – 30 allure terug te geven

Wat er verdwijnt lijkt niet veel soeps, maar het gaat onder meer om de sloop    van de vroeg 20ste eeuwse woning van de oude heer Albert Heijn
(Westzijde 30) en de eerste AH-winkel (in Jugendstil) in Zaandam, aan de Westzijde 28 (zie hieronder).
Wat er verdwijnt lijkt niet veel soeps, maar het gaat onder meer om de sloop van de vroeg 20ste eeuwse woning van de oude heer Albert Heijn (Westzijde 30) en de eerste AH-winkel (in Jugendstil) in Zaandam, aan de Westzijde 28 (zie hieronder).
Foto: Midvast

Voorzitter Tom Tulleken van de Historische Vereniging Wormerveer roept op persoonlijke titel de raadsfracties op om de voorkomen dat het rijtje panden aan de Westzijde 24 tot en met 30 tegen de grond gaat en wordt vervangen door hoogbouw. ‘Hoe is het in godsnaam mogelijk’ dat dit zelfs maar ter sprake kan komen, vraagt hij zich af.

Het gaat aan dat stukje van de Westzijde om de vercommercialiseerde en zwaar verwaarloosde panden tussen het (Rijks)monumentale, vroeg achttiende eeuwse pand Westzijde 38 en de kapitale, in 1884 onder architectuur van J. en D. Eilmann gebouwde fabrikantenvilla Westzijde 22, een gemeentelijk monument. Ook omwonenden zijn tegen de tot nu toe ingediende nieuwbouwplannen.

AH-geschiedenis

Tulleken lanceerde al eerder het plan om op de begane grond een Albert Heijnmuseum te realiseren gezien de geschiedenis van twee van de panden: het gaat onder meer om de vroeg 20ste eeuwse woning van de oude heer Albert Heijn (Westzijde 30) en de eerste AH-winkel (in Jugendstil) in Zaandam, aan de Westzijde 28.

Westzijde 38.
Westzijde 22.

 

 

 

Op een brief over dat onderwerp die Tulleken in februari vorig jaar aan het college schreef kwam geen reactie – zelfs geen ontvangstbevestiging – maar nu neemt hij het opnieuw op voor de bedreigde panden.

‘Stuk voor stuk panden die onder architectuur gebouwd zijn kort voor of na 1900 en die dit deel van de Westzijde klasse en een voorname uitstraling gaven. Veel foto’s die rond die tijd gemaakt zijn bevestigen dit beeld,’ schrijft hij.

Onbegrip voor nochalance

Vooral na de jaren 60 is op de begane grond van enige klasse niets overgebleven, maar wie omhoog kijkt ziet nog steeds iets van ‘de van oorsprong oogstrelende’ schoonheid. Het brengt Tulleken tot zijn vraag hoe juist op die plek aan de Westzijde zelfs maar gedacht kan worden aan moderne nieuwbouw van tien verdiepingen.

‘Ik begrijp de noodzaak om de woningnood to bestrijden en ook of juist binnenstedelijk naar oplossingen te zoeken. Ik begrijp ook dat dit op een aantal plekken heel goed mogelijk en ook passend is. Ik begrijp echter niet de nonchalance waarmee een plan voor hoogbouw op juist deze plek geaccepteerd lijkt te worden.’

Museum geeft levendigheid

Een Albert Heijnmuseum op de begane grond met woonruimte op de verdiepingen en in laagbouw achter de huidige panden lijkt hem nog steeds ‘een aardig en wellicht ook haalbaar plan’. De gevelrij zou weer in oorspronkeijke staat teruggebracht kunnen worden en dit deel van de Westzijde zou weer wat terugkrijgen van haar oude allure. Bovendien zorgt een museum voor meer levendigheid, een niet ongunstige ontwikkeling in een tijd van minder fysiek winkelen.’

Maar mocht dat een onmogelijkheid zijn, dan is zijn dringende oproep om de huidige gevelrij te behouden, dan wel te zorgem voor een kwalitatief goed nieuwbouwplan met respect heeft voor de belendende panden en de omgeving.

 

Reacties

Cookieinstellingen