Jeugdhulp dit jaar opnieuw fors duurder dan begroot

Foto: Pikist / CC0

Het dreigt opnieuw mis te gaan met de uitgaven voor jeugdhulp. Volgens een recente prognose stevent Zaanstad dit jaar af op een kostenoverschrijding van 3,8 miljoen euro, al kan dat door strak bijsturen nog minder worden. Maar het tekort kan ook nóg hoger uitvallen. Het onderwerp staat donderdag op de agenda van de gemeenteraad.

Door het hele land is jeugdhulp een duur hoofdpijndossier en Zaanstad is geen uitzondering. De problematiek waarmee jeugdigen of hun ouders aankloppen voor hulp wordt steeds complexer en het aantal hulpvragen groeit. Kreeg 20 jaar geleden ongeveer één op de 27 kinderen en jongeren jeugdzorg, nu is dat één op de acht. Vorig jaar genomen maatregelen om de kostenstijgingen binnen de perken te houden zoals scherpere tarieven, herindicaties en de invoering van een Jeugdtafel C voor het indiceren van zwaardere zorg (in de categorie C) blijken onvoldoende zoden aan de dijk te zetten.

Maatregelen

Het probleem is het groeiende beroep op dure specialistische jeugdhulpvoorzieningen, terwijl de koers is om dat te voorkomen door in een vroeg stadium in te zetten op goedkopere vormen van hulp. Het beoogde systeem van early warning rondom gezinnen die in de knel dreigen te komen is echter nog niet effectief genoeg. Het leidde er onder meer toe dat voor de zomer een regionale cliëntenstop moest worden ingesteld voor specialistische jeugdhulpaanbieders die hun normbudget dreigden te overschrijden.

Meer cliënten naar Levvel

Er is een groep jeugdigen met complexe problematiek, zoals ernstige gedrags- en hechtingsproblematiek, die niet plaatsbaar is in het regulier gecontracteerde aanbod en die 24/7 begeleiding nodig heeft. Bij de gezinshuizen en groepen van Levvel (voorheen Spirit) woonden vorig jaar gemiddeld 26 cliënten en nu 39. ‘We weten dat er gebrek is aan passende (reguliere) woonplekken (met ambulante hulp) voor deze jeugdigen. Dit belemmert de uitstroom en zorgt daarnaast voor extra instroom omdat er vaak geen andere oplossingen voor handen zijn,’ schrijft het college aan de raad.

Meerdere factoren van invloed

En het aantal indicaties voor orthopedagogische dagcentra – voor kinderen met gedragsproblemen, een verstandelijke en/of meervoudige ontwikkelingsachterstand – en het medisch kinderdagverblijf – voor kinderen tot zeven jaar waarbij de ontwikkeling en opvoeding moeizaam gaat  – blijft toenemen. Landelijke hoofdfactoren bij de oorzaken van de groeiende hulpvraag zijn:

  • Ontwikkelingen in het opgroeien en opvoeden van kinderen, zoals meer echtscheidingen, prestatiedruk en een problematisch gebruik van sociale media. Het succes van opvoeden wordt vooral neergelegd bij het individuele gezin en veel minder bij de samenleving.
  • Het nieuwe stelsel. De overheveling van de jeugdzorg naar de gemeenten in 2015 was een logische stap, maar heeft de zorgaanbieders en de gemeenten opgezadeld met een complexe taak. De aanbieders moeten meer mensen zorg bieden. Tegelijkertijd krijgen ze te maken met verschillende gemeenten met elk hun procedures en kwaliteitseisen en met kortingen op tarieven. De gemeenten op hun beurt staan voor de opgave om het zorggebruik te verminderen door een transformatie van het stelsel.
  • De hoge verwachtingen over en tegelijkertijd de beperkte ontwikkeling van de preventie. Professionals lijken veiligheidshalve vaak te kiezen voor de inzet van zorg, terwijl de kennis over de resultaten van die zorg nog beperkt is. Zo is de inzet van hulp niet altijd het meest effectief of noodzakelijk, wat het aantal kinderen en jeugdigen dat in zorg zit omhoog stuwt

De kostenstijging die Zaanstad dit jaar voor de kiezen krijgt wordt met name bij het medisch kinderdagverblijf gezien. De kosten voor de orthopedagogische dagcentra blijven redelijk stabiel, maar dat is omdat er geen capaciteit is om aan de groeiende vraag te voldoen. Er worden wel ambulante alternatieven ingezet om gezinnen in thuis te ontlasten. Het aantal indicaties bij instellingen voor jeugdigen met een (licht) verstandelijke beperking neemt toe. ‘Dit zijn dure trajecten waarbij kinderen langdurige ondersteuning nodig hebben,’ aldus het college.

Steeds jonger

Daarnaast is de trend dat aangemelde kinderen steeds jonger zijn; was dat voorheen meestal vanaf vier jaar, inmiddels komen er ook kinderen van twee bij de instellingen en de dagcentra. Het blijkt voor jeugdigen en gezinnen steeds moeilijker om ‘normaal’ mee te draaien in een steeds veeleisender maatschappij. De hulp van een professional is bij veel problemen gewenst, terwijl misschien een onredelijke norm gehanteerd wordt. Ook de vraag naar onderzoek naar en diagnose van GGZ-problematiek zoals ADHD wordt veel aangevraagd door verwijzers.

Wanneer al deze ontwikkelingen financieel worden vertaald voor Zaanstad, dan wordt de overschrijding van het budget met name veroorzaakt door:

  • 800.000 euro: meerzorg voor cliënten met een complexe problematiek;
  • 1.000.000 euro: een toename van het verblijf in gezinshuizen;
  • 400.000 euro: een toename van indicaties voor kinderdagcentra (het medisch kinderdagverblijf en het orthopedagogisch dagcentrum);
  • 600.000 euro: een toename van het aantal GGZ-vragen;
  • 1.000.000: Diversen zoals persoonsgebonden budgetten, 18+, specialistische jeugdhulp in het speciaal onderwijs en dyslexie.

‘We zien een stijgende lijn in het aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van jeugdzorg sinds 2018, die in het eerste half jaar van 2020 flink doorzet. Dit zit voor een deel in de afname van de uitstroom uit de hulp, maar vooral in de stijgende instroom van jeugdigen in de jeugdhulp. Er stromen dus meer jeugdigen in dan uit. Verder constateren wij een toename in zorgzwaarte. Dit zien we aan de hogere gemiddelde kosten per cliënt. Er krijgen dus meer kinderen zorg en voor een gemiddeld hoger bedrag per kind,’ schrijft het college. Wat op de langere termijn de gevolgen van corona zullen zijn is nog niet te voorspellen. Het is hoe dan ook ‘onrealistisch om te verwachten dat in 2020 Zaanstad binnen het budget voor jeugdhulp blijft’.

 

 

Reacties