Democratisch Zaanstad vraagt zich af of 'de staat of de straat' de baas is in verschillende wijken en dorpen. De partij dook in de keren dat burgemeester Jan Hamming als bewaker van de openbare orde en veiligheid zijn toevlucht zocht tot cameratoezicht en dat leverde een indrukwekkende lijst op.
De laatste keer dat ergens tijdelijk cameratoezicht werd ingesteld was afgelopen week bij de Oost-Dorsch in Zaandam, nadat daar bij de ingang van de flat een explosief was afgegaan. Eerder waren er al incidenten op de parkeerplaats geweest en kwam er ook een camera te hangen. Dat mag niet zomaar: vanwege de privacy waar goedwillende burgers recht op hebben moet daarvoor aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo mag de inzet van het cameratoezicht niet op zichzelf staan. De gemeente moet ook andere maatregelen nemen, zoals (betere) straatverlichting of toezicht op straat. Het cameratoezicht is dan dus onderdeel van een groter pakket aan maatregelen. De lijst van DZ ziet er als volgt uit:
'Kan uw college omschrijven welk beeld deze opsomming laat zien als het gaat om de mate waarin er, over heel Zaanstad gezien, op dit moment sprake is van een goede openbare orde en redelijke mate van veiligheid voor onze inwoners?' is de vraag van raadslid Maikel Kat. In hoeverre heeft de gemeente grip op criminaliteit en ondermijnende activiteiten en hoe efficiënt zijn de maatregelen die daar tegen worden genomen? Kat wil ook weten in hoeverre onveiligheid in wijken toeneemt naarmate er meer nationaliteiten wonen, zoals door een bewoner werd gesuggereerd in een artikel in het Noordhollands Dagblad naar aanleiding van een mogelijke schietpartij op het Lijns Tewisz Roggeplein in Zaandam.