
Gemeenten mogen niet lukraak vestigingseisen stellen aan winkeliers en bepaalde zaken weren uit bepaalde gebieden. Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad van State en een advies van het Europese Hof van Justitie. Die bepaalden dat winkels onder de Europese dienstenrichtlijn vallen, waarin de vrijheid van vestiging voorop staat.
In de Detailhandelsvisie Zaanstad 2015-2025 gaat het met name om de aanwijzing van gebieden waar winkels mogen komen. Maar de gemeente stelde zelfs tijdelijk een winkelcöordinator aan om te sturen op de versterking van de winkelstructuur en het tegengaan van leegstand. En in de visie wordt over het centrum van Zaandam geconstateerd: ‘Het winkelaanbod, hoewel beter gewaardeerd dan enkele jaren geleden, kan nog beter qua diversiteit en kwaliteit.’
Sturing op diversiteit en kwaliteit lijkt echter ook in Zaanstad moeilijker te zijn geworden door de nieuwe jurisprudentie. R etail-advocaat Gijs Heutink zei in Het Parool dat uit de uitspraak en het advies blijkt dat wanneer een gemeente ergens winkels toestaat, er niet zomaar eisen aan het assortiment kunnen worden gesteld. Het besluit van de gemeente Amsterdam om nieuwe toeristenwinkels niet langer toe te staan in 40 winkelstraten in de binnenstad staat daarmee op losse schroeven en gemeenten die een vergelijkbare aanpa k wilden volgen dienen zich ook achter de oren te krabben.
In de Zaanse visie wordt de ‘scherpe keuze’ gemaakt om voor elk winkelgebied ‘een duidelijk profiel’ te maken en dat te vertalen in ‘branchering en winkelgrootte, maar ook in ruimtelijke randvoorwaarden ten aanzien van bijvoorbeeld bereikbaarheid, parkeren en de inrichting van de openbare ruimte’. ‘Zet bij die profilering het bezoekmotief van de consument centraal (boodschappen doen, doelgerichte aankopen en recreatief winkelen).’
Dat lijkt nu een stap te ver:
de gemeente mag dan de intentie hebben om zo veel mogelijk voor ‘clustering van qua bezoekmotief gelijksoortige detailhandel’ te zorgen (zie de paragrafen uit de Detailhandelsvisie hieronder), ze heeft niet de macht om het ook af te dwingen. Als ondernemers andere plannen hebben, dan heeft hun recht op vrije vestigingskeuze voorrang.
Amsterdam wilde de toeristenstroom indammen, verschraling van het winkelaanbod in het centrum tegengaan en de leefbaarheid voor inwoners vergroten. Economische motieven of maatschappelijke argumenten vormen echter geen wettelijke grondslag voor het inperken van de vrijheid van winkelvestiging, zo is nu gebleken.






