
De uitbraak van corona en de gedeeltelijke lockdown die het kabinet vervolgens instelde om het virus onder controle te brengen bezorgen de economie flinke schade. Een terugval van werkgelegenheid is onvermijdelijk, ondanks de vele steunmaatregelen die de overheid heeft genomen. Ook de Zaanse werkgelegenheid wordt getroffen.
Volgens arbeidsmarktcijfers op Werk.nl werkt in Zaanstreek - Waterland 31 procent van alle werknemers in een sector die te maken heeft met (zeer) grote krimp van werkgelegenheid, zoals de horeca en de uitzendbranche. Bijna een kwart werkt in een sector waarin de werkgelegenheid juist toeneemt, waaronder zorg en welzijn en het openbaar bestuur. Het UWV verwacht dat de schade van de coronacrisis op de werkgelegenheid dit jaar op landelijk niveau groot is. Hoewel er nog veel onzeker is, is het wel duidelijk dat de impact op de werkgelegenheid sterk verschilt per sector.
Om die impact inzichtelijk te maken, heeft het UWV de sectoren ingedeeld in vijf categorieën die lopen van ‘zeer grote krimp’ tot ‘groei’ van werkgelegenheid. Aangezien iedere regio zich kenmerkt door een eigen structuur, verschilt de impact op de werkgelegenheid per regio. Figuur 1 toont hieronder per arbeidsmarktregio het aandeel van sectoren met een verwachte (grote of zeer grote) krimp van werkgelegenheid (links) en het aandeel van sectoren met een verwachte groeiende werkgelegenheid (rechts). Vanuit Zaanstreek - Waterland werken veel mensen in andere regio’s. Vooral de pendel naar Groot-Amsterdam is groot. De ontwikkelingen in deze regio zijn daarom ook van invloed op de situatie hier.
Zaanstreek -Waterland behoort tot de regio’s met de minder zwaar getroffen werkgelegenheid. Dit komt door de Zaanse werkgelegenheidsstructuur die zich kenmerkt door een sterk aanwezige voedingsmiddelenindustrie. Sectoren als luchtvaart, sierteelt, horeca en cultuur en sport en recreatie zijn er minder sterk aanwezig. Hierdoor werken in Zaanstreek - Waterland relatief minder mensen in een zwaar getroffen sector dan in de meeste andere regio’s. Figuur 2 toont de verwachte impact van de coronacrisis op de Zaanse werkgelegenheid per sector in 2020, onderverdeeld in vijf categorieën van verwachte impact. De afbeelding laat verder zien hoe groot het aandeel van de sector is in de totale regionale werkgelegenheid en welk type arbeidsrelatie de werknemers in de sector hebben.
In onze regio werken 43.800 mensen in een sector die te maken krijgt met een (zeer) grote krimp van werkgelegenheid. Aan de andere kant werkt 46 procent in een sector die nog relatief weinig last heeft van het coronavirus en 23 procent in een sector waarin de werkgelegenheid groeit. De sectoren verschillen niet alleen in de mate waarin de coronacrisis hen raakt. Ook de opties om personeel te behouden of juist af te stoten zijn niet overal gelijk: daarvoor is het aandeel werknemers met een flexibel contract van belang. Werkgevers kunnen immers snel reageren op het wegvallen van economische activiteit met het beëindigen van tijdelijke contracten en het niet of minder oproepen van oproepkrachten, terwijl het ontbinden van vaste contracten meer tijd, moeite en geld kost. Opvallend is dat sectoren die het meest getroffen worden door de crisis relatief veel gebruikmaken van flexibele medewerkers. Flexkrachten zijn daarmee extra kwetsbaar.
Van de sectoren met een zeer grote krimp van de werkgelegenheid is de uitzendsector hier veruit de grootste. Maar ook de horeca heeft te maken met een zeer groot banenverlies, vooral voor mensen met een flexibel contract. Naast 5700 uitzendkrachten werken er ook veel andere flexwerkers in de zwaarst getroffen sectoren, namelijk ruim 2900 oproepkrachten en 7600 werknemers met een tijdelijk contract. In totaal behoren 16.200 werknemers in de zwaarst getroffen sectoren tot de flexibele schil. In de sectoren die met grote krimp te kampen hebben, werkt ruim twaalf procent van alle werknemers in Zaanstreek - Waterland (16.900 mensen).
De grootste sectoren binnen dit cluster zijn detailhandel non-food (8000) en metaal- en technologische industrie (3300 werknemers). Het totale aantal flexwerkers in deze groep sectoren bedraagt bijna 6000, waaronder 1300 oproepkrachten en 4700 werknemers met tijdelijk contracten. In de Zaanse detailhandel zijn 15.500 werknemers actief, waarvan 8000 in de non-food. In de detailhandel is een zeer wisselend beeld te zien van de omzet: soms een scherpe daling (kleding- en schoenenzaken en interieurwinkels) en soms juist groei (doe-het-zelf zaken, tuincentra en spellen- en hobbywinkels). Door de verschuiving naar online blijft het aantal te bezorgen pakketten groeien. Dit leidt tot een toenemende werkgelegenheid bij koeriersdiensten.






