Linoleumafval Forbo gestort bij gebrek aan verwerkingscapaciteit

Foto: Google Street View

De afvalcentrales van AEB in Amsterdam accepteren niet langer bedrijfsafval dat achterblijft bij de productie van linoleum bij Forbo Flooring in Assendelft. Afvalzorg Deponie mag nu tot en met 31 december volgend jaar in totaal 250 ton van die reststroom storten in Middenmeer, tenzij zich alsnog een verwerker meldt. Noch HVC, noch AEB en Attero in het Drentse Wijster kunnen ermee uit de voeten.

Vorig jaar kwam er ook al een ontheffing voor het storten van een even grote hoeveelheid van het goedje. De tonnen stofvormig afval van Forbo Flooring kunnen niet nuttig worden toegepast en door capaciteitsproblemen bij de verbrandingsinstallaties of andere obstakels evenmin worden verbrand. Bij het ontheffingsverzoek van het stortverbod bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied om in Wieringermeer te kunnen storten heeft Afvalzorg dat namens Forbo met verklaringen van de verschillende verwerkers onderbouwd. AEB heeft geen capaciteit meer beschikbaar, Attero is bevreesd dat de aard van het materiaal de eigen processen nadelig zal beïnvloeden en HVC mág het afval niet accepteren omdat het bedrijf de daarvoor benodigde Euralcode (voor niet elders omschreven afval van organische chemische processen) niet heeft.

Geen alternatieven

Het zo veel mogelijk hergebruiken van afval is een belangrijk thema geworden de afgelopen jaren en pas wanneer dat niet mogelijk is mag tot een laagwaardigere manier van verwerken worden overgegaan. Voor een groot aantal stoffen geldt een stortverbod. Wanneer verwerking echter niet mogelijk blijkt dan kan onder voorwaarden een ontheffing van het verbod worden aangevraagd. Er moet dan worden aangetoond dat er binnen Nederland geen andere verwerkingsmogelijkheden zijn. Bij Forbo Flooring wordt linoleum gemaakt waarbij onder andere jute, kalk, houtstof en kurk worden gebruikt. Het stof dat daarbij op de vloeren terechtkomt kan door het bedrijf niet worden hergebruikt. Voorheen werd het verwerkt door een onderdeel van AEB, maar dat is niet meer mogelijk en alle andere mogelijke verwerkers hebben de poederachtige afvalstroom geweigerd.

Forbo heeft daarom een ontheffing aangevraagd voor het storten van dit afval. De omgevingsdienst heeft die aanvraag nog in behandeling en onderdeel daarvan is de publocatie van het concept van de ontheffing. Dat is niet voorgeschreven in de procedure, maar gebeurt omdat de dienst die handelt in opdracht van de provincie zich ervan wil vergewissen dat er écht geen verwerkingsmogelijkheid beschikbaar is. Wanneer geen bedrijf zich meldt dat het afval toch kan verwerken wordt de ontheffing van het stortverbod wederom verleend.

 

Reacties