Ruim 40 procent zelfstandigen kan geen jaar inkomstenderving uitzingen

Foto: Piqsels / CC0

In Zaanstad duikt 42 procent van de zelfstandigen onder het minimumloon na een jaar inkomensderving, aldus berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De gemeente zit daarmee net niet in de absolute kopgroep van kwetsbare steden. 

Bron: CBS

 

 

 

 

Als bij zelfstandigen de inkomsten drie maanden wegvallen dan zakken landelijk gezien bij negentien procent van hen de financiële middelen onder de minimumloongrens en is er onvoldoende spaargeld om tekorten aan te vullen. Bij een vol jaar aan loopt dat antal op tot meer dan een derde. Dat meldt het CBS op basis van een modelmatige berekening van het wegvallen van het inkomen van zelfstandigen op basis van gegevens uit het Integrale Inkomens- en Vermogenssysteem 2018. De modelmatige berekening is uitgevoerd naar aanleiding van de coronacrisis.

Sommigen al jaren in problemen

Van de ruim 1,26 miljoen zelfstandigen in Nederland had al in 2018 0,7 procent van de bijbehorende huishoudens minder te besteden dan het minimumloon. Zelfstandigen met personeel (ZMP’ers) kunnen een periode van tot drie maanden inkomensverlies iets vaker opvangen dan zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers). Vanaf vijf maanden inkomensverlies zijn de rollen omgedraaid en hebben juist iets meer ZZP’ers financiële slagkracht. 

Den Haag het slechtste af

De gemeente waar de meeste problemen te verwachten zijn is Den Haag, waar na twaalf maanden inkomensderving het aandeel zelfstandigen dat onder de minimumloongrens terechtkomt uitkomt op 52 procent. Ook in Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen heeft een hoog percentage zelfstandigen na een jaar inkomensderving ontoereikende financiële middelen evenals in Heerlen, Kerkrade en Vaals in Zuid-Limburg en op de Waddeneilanden, waar de meeste zelfstandigen actief zijn in de horeca. Het Zaans percentage van 42 is echter ook hoog, zeker gezien de cijfers in de minst kwetsbare gemeenten Bloemendaal en Rozendaal: beide 21 procent.

Reacties