
Zaandammer Klaas Dallinga is niet blij met de plaquette ter herinnering aan de Februaristaking voor zijn huis in de Harenmakersstraat. 'Er zijn hier monumenten genoeg !,' liet hij in de Volkskrant weten.
'Ik héb niks met die oorlog,' zeg Dallinga in een gesprek met verslaggever Toine Heijmans, 'ik woon hier 25 jaar en krijg nog steeds post voor de verzetsmensenvereniging en zo. Ze blijven het maar sturen. Wat moet ik ermee?’ Op de zolder van zijn woning werden met een stencilmachine de beroemde beroemde pamfletten voor de staking - ‘Staakt!!! Staakt!!! Staakt!!!’- nagemaakt. Achteraf gezien ging het om het grootste verzet tegen de jodenvervolging in Europa.
Nadat op 22 en 23 februari 1941 425 jonge joodse mannen met bruut geweld zijn opgepakt, willen veel Amsterdammers laten zien dat ze het daar niet mee eens zijn. De verboden Communistische Partij van Nederland organiseert als protest een staking. 's Nachts maken ze een oproep en verspreiden deze. In de ochtend van 25 februari rijden de trams niet. Daardoor merkt iedereen in de stad dat er iets aan de hand is. Steeds meer bedrijven doen mee.
's Middags trekken arbeiders van de scheepswerven in Amsterdam-Noord met z'n allen de stad in. Scholen, winkels, kantoren en banken lopen leeg. Trambestuurders, havenarbeiders, ambtenaren, winkelpersoneel en ook leerlingen doen mee. In optochten trekken de stakers door de straten.
De volgende dag slaat de staking over naar onder meer de Zaanstreek . Er doen zo’n 15.000 tot 20.000 Zaankanters aan mee tot de opstand ook hier na twee dagen doodbloedt.
Er is al het monument voor de Februaristaking op de balustrade van de Wilhelminasluis in Zaandam, waar hij elk jaar herdacht wordt. De kleine, bronzen beeldengroep is gemaakt door kunstenares en voormalig verzetsstrijdster Truus Menger . De tekst op de gedenkplaat luidt:
'26 FEBRUARI 1941 26 FEBRUARI 2001
STAAKT! STAAKT! STAAKT!
OP DEZE OPROEP VAN DE ILLIGALITEIT LEGDEN DUIZENDEN MENSEN UIT DE ZAANSTREEK
EN OMGEVING IN NAVOLGING VAN AMSTERDAM HET WERK NEER, UIT PROTEST
TEGEN DE JODENVERVOLGING DOOR DE NAZIBEZETTER.
OP 26 FEBRUARI 2001 WERD DEZE BEELDENGROEP VAN TRUUS MENGER ONTHULD DOOR
DR. RUUD VREEMAN, BURGEMEESTER VAN ZAANSTAD TER HERINNERING AAN DE
BIJDRAGE VAN DE ZAANSTREEK AAN DE FEBRUARISTAKING VAN 1941.'
De herinnering aan de stencilmakers in de Harenmakersstraat werd op 22 september onthuld door – alweer – Ruud Vreeman, samen met Wim Nieuwenhuijse van de Stichting Voormalig Zaans Verzet. In die gedenkwaardige nacht in 1941 woonde daar Cees Prins, die er samen met politieke medestanders zijn leven waagde.
Dallinga heeft er niets mee, zo blijkt uit het stuk in de Volkskrant: ‘Straks is het 4 en 5 mei, en ik heb echt geen zin in al die bloemen voor mijn deur. Geef mij een emmer cement, en als de burgemeester straks weer weg is smeer ik die steen dicht. Ik doe het hoor!’