
Nu het hoge water in het Markermeer weer is gedaald en geen onmiddellijk gevaar meer vormt blikt Stadsherstel Amsterdam terug op de nacht van 13 op 14 januari 1916, toen bij een vliegende storm de dijken van de Zuiderzee het begaven en het zeewater Zaandam Oost bereikte . Tientallen mensen verdronken en een derde van de provincie stond maandenlang onder water.
Pas in april kon namelijk gestart worden met het leegpompen van de polders, nadat de vijftien gaten in de dijken waren gedicht. De materiële schade was groot: veel wegen, kerken, scholen, boerderijen en huizen werden verwoest of zwaar beschadigd. De ramp zorgde ervoor dat minister Cornelis Lely in 1918 goedkeuring kreeg voor zijn plannen om de Zuiderzee af te sluiten.
De watersnood had ook diepe sporen nagelaten op het Sint Catharijnepad, achter de Zuiddijk in Zaandam. De maandenlange wateroverlast had het houten pand Sint Catharijnepad 1 en 2 geen goed gedaan. Het was ernstig verzakt, waardoor de gebinten van het houtskelet uit hun verband waren geraakt. Op basis van een aantal typische Zaanse elementen achtte architect Cornelis de Jong het een halve eeeuw later de moeite waard het pand over te brengen naar de Zaanse Schans en ermee aan de slag te gaan. Dankzij zijn speurwerk kwamen veel gegevens boven water die het mogelijk maakten het huis vrijwel geheel in zijn oorspronkelijke toestand te restaureren, met inpassing van hedendaagse voorzieningen voor eigentijds wooncomfort.
Voor de restauratie van het pand stelde minister Marga Klompé een subsidie van 36.564 gulden beschikbaar en in oktober 1966 nam Simon Honig als eerste bewoner zijn intrek in de woning. Hij bracht boven één van de deuren de spreuk ‘Geloof oprecht, ‘t Komt al terecht’ aan. Stadsherstel kocht het huis in 2009 samen met Parteon aan, toen beide in één klap 23 panden en zes bouwkavels verwierven op de Schans. Dit bezit werd na het herstel van de panden weer overgedaan aan de Stichting de Zaanse Schans.