
Het college gaat bekijken of er een oorlogsmonument kan komen op het Hembrugterrein in Zaandam, dat in de eerste oorlogsdagen bijna verwoest was maar de dans ontsprong omdat één man weigerde het militaire complex in de lucht te laten vliegen. Over enkele jaren wonen er meer dan 1000 gezinnen tussen de vele (Rijks)monumenten.
Raadslid Jonathan van der Sluis van GroenLinks las het verhaal over de 'ontsnapping' van het Hembrugterrein op de website Mei tot Mei en kwam met een motie om daar blijvende aandacht voor te vragen in de vorm van een monument. Het college heeft daar wel oren naar en gaat het voorstel neerleggen bij de eigenaar en ontwikkelaar van het terrein. Wat er gebeurde was dat in de middag van 14 mei 1940 directeur Frans Querien den Hollander van de Artillerie-Inrichtingen het ‘zeer vertrouwelijk bericht’ kreeg dat de Nederlandse defensietop had besloten om te capituleren. De baas van Nederlands grootste wapen- en munitiefabriek stuurde daarop onmiddellijk zijn adjunct naar het fabrieksterrein om ‘alles gereed te maken voor vernietiging’.
Er was alleen nog toestemming voor nodig van 's lands hoogste militair, generaal Henri Winkelman
. En die weigerde, waardoor de Artillerie-Inrichtingen onbeschadigd in Duitse handen vielen. Den Hollander was echter niet van plan zijn nieuwe opdrachtgevers te dienen: 'Wij, die het bedrijf onmiddellijk hadden stilgelegd, verzetten ons tegen elke druk van de bezetter in die eerste dagen na de capitulatie om het bedrijf weer in gang te brengen.'
Die tactiek mislukte en op 21 juni hield Den Hollander een toespraak voor zijn duizenden personeelsleden en kondigde zijn ontslag aan, dat hij later na druk van de personeelsraad en diverse hoge ambtenaren weer introk. Slechts twee mannen hadden zijn voorbeeld gevolgd en hun baan opgezegd: alle overige personeelsleden gingen door onder de Duitse machthebbers. Hoe het afliep is hier te lezen, in het artikel De Artillerie-Inrichtingen als hofleverancier van het gewapend verzet .






