Op 1 juli volgend jaar wordt de nieuwe Inburgeringswet van kracht en nemen de gemeenten de regie van het Rijk over bij de inburgering van nieuwkomers. Het doel van die verandering is om hen zo snel mogelijk te laten participeren, het liefst via betaald werk of een opleiding.
De nieuwe wet zoekt aansluiting bij de Participatiewet en geeft de gemeente meer bevoegdheden en sturingsmogelijkheden. Ze kan meer doen om mensen beter in te laten burgeren. Daarbij wordt zo veel mogelijk een duaal traject ingezet waarbij de nieuwe inwoners tijdens hun inburgeringstraject meteen ook al participeren. In het nieuwe stelsel heeft de gemeente de volgende taken:
- Brede intake: de inburgering start met een brede intake door of voor de gemeente. Tijdens deze intake brengt de gemeente de persoonlijke situatie en de leerbaarheid van een nieuwkomer in kaart;
- Persoonlijk plan: Binnen zes tot tien weken wordt een Plan Inburgering en Participatie opgesteld waarin de persoonlijke doelen van de nieuwkomer zijn opgenomen. Er wordt naar dertien leefgebieden gevraagd;
- Taal: voor nieuwkomers moet er een passend aanbod zijn op alle taalniveaus. Daarbij worden drie leerroutes onderscheiden: de onderwijsroute gericht op het behalen van een Nederlands schooldiploma voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt; de reguliere taalniveau B1-route en de route naar zelfredzaamheid voor mensen voor wie de onderwijs- of B1-route buiten bereik ligt;
- Ontzorgen: bijstandsgerechtigde asielstatushouders worden gedurende een periode van zes maanden ‘ontzorgd’. Daarnaast biedt de gemeente ondersteuning en begeleiding tot er financiële zelfredzaamheid is;
- Maatschappelijke begeleiding: in de eerste periode na vestiging krijgen asielstatushouders ondersteuning en begeleiding bij praktische zaken;
- Monitoring: tijdens het inburgeringstraject monitort de gemeente de voortgang op de inburgering op basis van het Plan Inburgering en Participatie. Dit zal gebeuren aan de hand van gesprekken over de afspraken in het plan en de door de inburgeraar gemaakte vorderingen.
'Meedoen is in Zaanstad meer dan alleen werk. Het gaat ook over een zinvolle dagbesteding, vrijwilligerswerk, het kennen van de Zaanse normen en waarden, maatschappelijke participatie en het hebben van een sociaal netwerk,' schrijft het college. 'Onze visie binnen de veranderopgave Inburgering is om nieuwkomers meteen en volwaardig mee te laten doen.' Uitgangspunten van het beleid zijn een daadkrachtige regie en een duidelijk aanspreekpunt; intensieve begeleiding op integrale trajecten richting werk, opleiding en taal; een lerend en adaptief stelsel; maatwerk en uitgaan van mogelijkheden en 'samen met de stad'.
Dedicated klantmanagers
Grip op het proces en expertise over de doelgroep zijn belangrijke voorwaarden voor een succesvolle aanpak. 'Dedicated klantmanagers' zorgen voor de individuele begeleiding van het asielzoekerscentrum naar volwaardig meedoen in Zaanstad. 'Om het mogelijk te maken dat de meeste inburgeraars
een zo hoog mogelijk taalniveau behalen en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten, is het van belang dat het leren van de taal gecombineerd wordt met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage. Het doel van de leerroutes is dat de inburgeraars zo goed en snel mogelijke integreren en mee kunnen doen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Mocht het zo zijn dat de vastgestelde leerroute toch niet blijkt te passen bij de capaciteiten van de inburgeringsplichtige, dan kan er gewisseld worden van route.
Maximale ruimte
'Ons voornemen is om maximaal gebruik te maken van de ruimte die de nieuwe Wet Inburgering ons geeft om een koers te varen die past bij Zaanstad als inclusieve stad met kansen voor iedereen. We zetten in op de ontwikkeling en participatie van alle nieuwkomers,' aldus het college in een raadsvoorstel. Gezinsmigranten hebben een andere startpositie dan asielstatushouders. Het verschil met asielgerechtigde nieuwkomers is dat gezinsmigranten het inburgeringsonderwijs voor taal en Kennis Nederlandse Maatschappij zelf dienen te betalen, waarbij het mogelijk is om op basis van een inkomenstoets gebruik te maken van een lening bij Duo.
Gezinsmigranten
Binnen het nieuwe stelsel krijgt de gemeente middelen om aan gezinsmigranten ook de intake, het Plan Inburgering en Participatie, voortgangsgesprekken, de module Arbeidsmarkt & Participatie en een Participatieverklaringstraject aan te bieden. Met de Duo-lening kunnen gezinsmigranten en overige nieuwkomers gebruikmaken van het taalaanbod van de gemeente. 'Inburgering en participatie van vergunninghouders door gemeenten is een onderwerp dat sterk leeft in de Nederlandse maatschappij en in Zaanstad is dit ook het geval. Toch is de draagvlak voor het nieuwe stelsel groot,' stelt het dagelijks bestuur.
Niet motiverend
Het huidige stelsel is voor nieuwkomers die vaak de taal niet spreken ingewikkeld en werkt niet motiverend om een hoger taalniveau te halen. Gemeenten hebben binnen het huidige systeem weinig tot geen zicht op de gang van zaken van de inburgering, met negatieve gevolgen voor uitstroom richting werk, opleiding en participatie in de Nederlandse maatschappij. Binnen het nieuwe stelsel krijgen gemeenten weer de regie en de verantwoordelijkheid om nieuwkomers intensief en op maat te begeleiden.
Middelen
Gemeenten krijgen structureel 35,2 miljoen euro extra voor de taken die zij vanaf juli 2021 uitvoeren en eenmalig 36,5 miljoen voor de invoeringskosten. Dit bedrag komt bovenop de 70 miljoen die eerder beschikbaar is gesteld. Zaanstad krijgt voor de invoeringskosten bedraagt 310.333 euro vergoed en 275.790 euro vanaf juni 2021 en 612.950 euro in 2022. De precieze uitwerking van wat dit betekent voor gemeenten wordt na de zomer duidelijker. Voor inburgeringsvoorzieningen wordt door het Rijk een apart budget beschikbaar gesteld, warvan de hoogte nog niet is bekendgemaakt.