
Gemeenten in Noord-Holland, Utrecht en Flevoland hoeven geen eigen bijdrage meer te betalen voor de plaatsing van openbare laadpalen. Het groeiend aantal elektrische auto’s zorgt voor een sluitende business case bij de exploitanten. Gemeenten bepalen de plekken en de exploitant plaatst ze op eigen kosten. Zaanstad is al relatief goed bedeeld, zo bleek vorig jaar uit onderzoek . U kunt de plekken hier vinden.
Gedeputeerde Jeroen Olthof van Noord-Holland noemt het 'een belangrijke mijlpaal'. Dit maakt het voor gemeenten nog aantrekkelijker om mee te doen, waardoor het voor onze inwoners nog makkelijker wordt om over te stappen op elektrisch vervoer.' Olthof is bestuurlijk trekker van het samenwerkingsverband MRA-Elektrisch
van de drie provincies, dat sinds 2012 elektrisch vervoer stimuleert en een netwerk van publieke oplaadpunten realiseert. Het openbare laadnetwerk van MRA-Elektrisch groeide in 2020 van 4600 laadpunten naar zo’n 6300. Begin 2020 werd de komst van nog eens 20.000 laadpunten
aangekondigd. Door de toegenomen vraag kon de gemeentelijke bijdrage van 250 euro per 1 januari dit jaar vervallen.
Olthof benadrukt het belang van lokale regie: 'De gemeenten gaan over de openbare ruimte en bepalen hoeveel laadpalen nodig zijn en waar ze komen te staan. MRA-Elektrisch neemt ze in de vraagbundeling en onderhandeling met exploitanten veel werk uit handen. Daarbij zetten we via het programma van eisen sterk in op innovatie. Denk bijvoorbeeld aan slim laden, prijstransparantie en dienstverlening aan elektrische rijders.'






