Het college heeft Gedeputeerde Staten nogmaals laten weten fel tegen
de bouw van drie grote windturbines bij de Noorder IJ-plas te zijn. Amsterdam heeft laten zien door roeien en ruiten te gaan om de realisatie daarvan voor elkaar te krijgen, zonder oog voor de bezwaren van de buren Zaanstad en
Oostzaan.
Wat Zaanstad betreft gaan de zorgen vooral over de gevolgen van de plaatsing van windturbines tot 200 meter hoog op de geplande woningbouw in de Achtersluispolder. 'Sinds 2012 heeft Zaanstad er in het kader van het windpark Noorder IJ-plas op aangedrongen om rekening te houden met de gebiedsontwikkeling in de Achtersluispolder,' aldus de brief aan GS. 'Zaanstad is voornemens om hier levendige en toekomstbestendige buurten, waaronder het Sluiskwartier met 2000 woningen, te ontwikkelen in een gezonde leefomgeving.' Dat weet ook het stadsbestuur van Amsterdam, zonder dat het in de Stopera enig gewicht in de schaal legt.
Afspraken gemaakt
Deze en andere woningbouwontwikkelingen waarover ook afspraken zijn gemaakt met het Rijk en de provincie komen in gevaar door de beoogde turbines. 'Het milieueffectrapport dat is opgesteld ten behoeve van het windplan laat zien dat de windturbines een negatief effect zullen hebben op de leefomgeving. Zo is er onder andere sprake van slagschaduw, geluid en mogelijk ook hinder van nachtverlichting. In het Sluiskwartier zijn woongebouwen tot 70 meter hoog voorzien die vrij zicht zullen hebben op de 200 meter hoge turbines,' somt het college op.
Meewegen
'De turbines hebben impact op de natuur- en recreatiefunctie van de Noorder IJ-plas. De benodigde kwaliteit van het gebied en de mogelijkheid om hier een goed leef-, woon- en werkklimaat te creëren worden hiermee geschaad.' Het nieuwe college van Burgemeester en Wethouders schrijft erop te vertrouwen dat GS het belang van nieuwbouw voor het verlichten van de woningnood 'meeneemt' in de belangenafweging en besluitvorming.