
Gaat het er dan toch van komen, een knarrenhof in Zaanstad? Hofjes met 20 tot 28 woningen voor ouderen rond een gezamenlijke binnentuin zijn een droom voor velen, maar in Zaanstad zit er niet echt schot in. De gemeenteraad kreeg er gisteren een presentatie over van de organisatie Knarrenhof .
Een hofje zoals dat vroeger werd gebouwd voor de armen moet in deze tijd minimaal 20 huizen hebben om financieel haalbaar te zijn en maximaal 28 om de woongemeenschap beheersbaar te houden, zo hoorde de raad. De huizen zijn bedoeld voor bewoners met een inkomen van een half keer tot drie keer modaal en de ideale mix is 30 procent sociale huur, 40 procent middendure koop en 30 procent dure koopwoningen. Een probleem is vaak het vinden van een locatie: er is minimaal 4000 vierkante meter nodig voor grondgebonden woningen en 2700 voor stapelbouw, wat in grotere gemeenten met weinig ruimte soms onontkomelijk is.
Daarnaast dienen er voorzieningen zoals openbaar vervoer en winkels in de buurt te zijn en dat maakt het vinden van een plek er niet gemakkelijker op. Dergelijke locaties zijn immers gewild en bij een knarrenhof kan niet de hoofdprijs worden neergelegd voor de grond. In Alkmaar liep het om die reden spaak, bleek tijdens de presentatie die bij de raad in goede aarde viel.
In Zaanstad trekken inwoonsters Irina en Cora al een aantal jaren de kar en hebben zo'n 80 mensen zich ingeschreven voor een woning in een knarrenhof. Landelijk gaat het om meer dan 26.000 mensen uit ruim 300 gemeenten die graag letterlijk en figuurlijk aan een gezamenlijk woonproject zouden meebouwen. De ervaring leert bovendien dat zodra plannen ergens concreter worden, de belangstelling fors toeneemt.
Zelfbenoemd advocaat van de duivel Menno de Haas (Rosa) zag in het concept nog wel een dreigend gevaar: de gemeenschappelijke vergrijzing. Hoe voorkom je dat op enig moment ondersteuning van elkaar, toch één van de pijlers van een knarrenhof, niet meer mogelijk is, vroeg hij zich af. Het antwoord luidde dat de leeftijden van de instromers heel erg verschillen. Zo namen in een hof in Zutphen een moeder van in de 80 en haar twee dochters van in de 50 hun intrek in elk hun eigen woning.
Niet alles is overigens even idyllisch. Zo blijkt in Zwolle dat de bewoners van de huurwoningen minder actief zijn voor de groep als geheel dan de kopers en dat is een punt van zorg, want juist saamhorigheid is de kracht van de knorrenhofjes. In de praktijk is het meestal zo geregeld dat de oudste inschrijving voor een koophuis de eerste keus van een woning heeft; de huurwoningen worden toegewezen door de corporatie waarmee wordt samengewerkt. Een voorwaarde voor succes is daarbij dat de verwachtingen van alle betrokkenen moeten matchen.
Evelyn Louz (Lokaal Zaans) was geschrokken van het feit dat het gemiddeld tien jaar blijkt te duren om een hofje te realiseren, want mensen zijn bij inschrijving immers al niet de jongste meer. Het moet ook sneller, was daarop het gedecideerde antwoord. De gemeenteraad lijkt er in elk geval een voorstander van om dat hier te proberen.