
De politie deelde vandaag een ervaring van wijkagent Menno Sloots van ruim een jaar geleden. Daaruit wordt duidelijk hoe gevaarlijk het is om met nepwapens rond te lopen. En het is een waarschuwing: neem ze niet mee als vakantiesouvenir.
Sloots had vorig jaar dienst toen vanuit de meldkamer de melding binnekwam dat er een man met meerdere vuurwapens rondliep in Westerwatering. Het was kort na de schietpartij bij het concert van Ariana Grande in Manchester, waar 22 doden en 160 gewonden vielen.
‘ Op zo´n moment gaat er van alles door je hoofd,' aldus Sloots. ‘Bijvoorbeeld dat het een vreemde plaats is voor een aanslag. Hoewel? Er staat een scholengemeenschap en misschien zijn ze in deze rustige wijk iets minder alert dan op andere plaatsen. Het zou zomaar kunnen.’ Dus snel de kogelvrije vesten aan en met zwaailicht en sirene onderweg.
‘ De spanning giert door je lijf want terwijl je in het verkeer de nodige risico´s neemt, realiseer je je ook dat de sirene op tijd weer uit moet. Je wilt de dader ook niet laten weten dat je eraan komt.’ Tijdens het rijden bespraken Sloots en zijn collega nog even snel hoe ze de zaak wilden aanpakken.
Ter plaatse aangekomen zagen de agenten een man op de heuvel zitten. Hij droeg een camouflagepak, had zijn gezicht bedekt en had ook een groot, donkerkleurig vuurwapen bij zich. Toen hij de politie aan zag komen, stond hij op, liep omhoog de heuvel op en verdween uit het beeld. ‘Een hele nare situatie,’ herinnert Sloots zich. ‘Als je iemand met een wapen tegenover je hebt, dan kun je reageren op wat hij doet. Maar als je iemand niet meer kunt zien, ben je volkomen de controle kwijt. Je weet dat je iets moet doen. Maar wat?’
Hij en zijn collega, die inmiddels assistentie hadden gekregen van nog twee politiemensen, besloten van twee kanten de heuvel op te lopen. 'Een onveilige en onvoordelige situatie, maar het kon niet anders'. Met getrokken wapens liepen zij tegen de heuvel omhoog - en zagen plotseling de man weer lopen. Ze schreeuwden dat hij moest blijven staan en zijn handen moest laten zien, maar hij ging er rennend vandoor. Weer werd geroepen dat hij moest blijven staan en dat er anders zou worden geschoten. De man stopte en draaide zich om.
Sloots: 'Ik had mijn vinger om de trekker van mijn pistool. Ik wist zeker dat ik ‘s avonds weer veilig thuis bij mijn gezin wilde zijn. Een verkeerde beweging van die man en ik had zeker geschoten. Wij riepen dat hij zijn wapen weg moest gooien. Gelukkig deed hij dat meteen en volgde hij verder ook alle instructies op.’
Pas toen ‘de man’ werd geboeid bleek het om een tiener te gaan, een jongen van veertien jaar die zich als soldaat had verkleed. Het wapen: speelgoed.
‘Natuurlijk heeft de herdenking van de aanslag in Manchester meegespeeld. Net zoals de melding van de getuige daar invloed op heeft gehad,’ zegt Sloots nu. ‘Ik weet zeker dat ik mijn pistool had mogen gebruiken. Maar zelfs als je via het boekje werkt, wil je de dood van een kind niet op je geweten hebben. Je verwoest het leven van de nabestaanden maar ook dat van jezelf.’
Later kwam er nog een jongen aanlopen. Met een oranje plastic speelgoedpistool. Overduidelijk een kwajongen. ‘Het gaat om de omstandigheden,’ legt Sloots uit. ‘In een speelgoedwinkel ziet alles er nep uit. Maar hetzelfde speelgoedwapen ziet er in een donkere steeg ineens heel echt uit. Daarom is het ook verboden om er mee op straat te komen.’
Uit ervaring weet de polite dat mensen na een vakantie nepvuurwapens meenemen uit het buitenland, waar ze vaak gewoon te koop zijn. Of winnen kinderen speelgoedwapens, die soms niet van echt te onderscheiden zijn, op de kermis. Al te vaak ontstaan daardoor levensgevaarlijke situaties. ‘Leren we van deze incidenten? Of wachten we tot de eerste dodelijke slachtoffers vallen? Mijn advies aan kinderen en hun ouders is dan ook om geen nepvuurwapens te kopen. Het mag niet, maar vooral: realiseer je de gevaren,’ adviseert Sloots.