
Het college heeft in 2016 ten onrechte een verzoek om handhavend op te treden tegen parkeren en laden en lossen bij de bedrijfshal aan de J.J. Allanstraat 186 in Westzaan afgewezen. D e Raad van State gaf de buurman gelijk , die overlast ondervindt van het komen en gaan van voertuigen o p de verharde strook bij het pand.
Di e strook van zo’n 65 m eter lang en acht meter breed is eigendom van Tikopia Vastgoed B V, dat ook achtergelegen de hal exploiteert . Volgens het college staat het bestemmingsplan toe dat de strook wordt gebruikt als toegang voor voertuigen naar het bedrijf en voor laden en lossen, maar mag hij niet worden gebruikt voor het permanent parkeren van voertuigen. Bij een op 11 mei 2016 gehouden controle werden geen overtreding geconstateerd, waarna het verzoek om handhaving is afgewezen. De gemeente kreeg in eerste instantie gelijk van de rechtbank, maar heeft nu bot gevangen bij de hoogste bestuursrechter. Hoewel dat voor de buurman weinig uitmaakt.
De rechter oordeelde dat Zaanstad een te ruime invulling heeft gegeven aan het begrip ‘tuin’. Dat is de bestemming die rust op de verharde strook en volgens de gemeente is
tijdelijk, kortdurend parkeren en laden en lossen een normaal gebruik van
een
tuin bij een
bedrijf. Daar is de Raad van State het niet mee eens: ‘
Een gebruik van de tuin waarbij deze feitelijk geheel zou opgaan in een bedrijfsfunctie, waardoor de tuin als verlengstuk van het bedrijf wordt gebruikt, is niet toegestaan.’
Dat
betekent dat laden, lossen en kort parkeren ‘niet onverkort passen binnen de bestemming
t
uinen, maar dat dit afhankelijk is van de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik gezien zijn aard, omvang en intensiteit heeft’.
Een eenmalige controle van een uur is volgens de RvS geen basis om vast te stellen in hoeverre de strook ‘
tuin’ feitelijk als verlengstuk van het bedrijf wordt gebruikt.
Nadat de buurman tegen te uitspraak van de rechtbank in beroep ging, ging Zaanstad wel vaker kijken aan de J.J. Allanweg. Aan de RvS werden foto’s gestuurd gemaakt op 21 maart, 11 april, 16 mei, 3 juli, 10 en 29 augustus en 9 oktober vorig jaar, op verschillende tijdstippen genomen, waarop geen geparkeerde voertuigen of laad- en losactiviteiten te zien zijn. Daarom besloot de rechter om de rechtsgevolgen van het ongegrond verklaren van het bezwaar tegen de weigering om handhavend op te treden in stand te laten.
Het betoog van de bezwaarmaker dat de strook zonder vergunning en dus illegaal met stelcon-platen is verhard, is door de Raad van State buiten beschouwing gelaten. Dat maakte geen deel uit van het handhavingsverzoek waar de hele zaak mee begon en kon daarom in deze procedure geen rol spelen.
Dat de rechtsgevolgen in stand worden gelaten betekent dat de buurman er in de praktijk weinig mee opschiet dat hij gelijk heeft gekregen: de gemeente hoeft niet opnieuw een besluit te nemen over zijn verzoek tot handhaving en hoewel het besluit zelf is vernietigd, blijven de gevolgen intact. Wel wordt parkeren en laden en lossen op de verharde strook voor de gebruikers riskanter, nu de rechter immers heeft vastgesteld dat de definitie van ‘tuin’ door het college al te ruim is genomen.
De uitspraak betekent ook dat Zaanstad opdraait voor de proceskosten. Die bedragen 2078,37 euro, waarbij de vergoeding van het door de bezwaarmaker betaalde griffierecht van 42 1 euro nog moet worden opgeteld.