
Eén verdachte is vrijgesproken en vijf zijn veroordeeld voor de vrijheidsberoving in Wormerveer van een later op zijn vlucht in Almere verdronken dakloze man. Dat gebeurde in 2016. Er zijn gevangenisstraffen opgelegd tot maximaal negen maanden. Er was tot zevenenhalf jaar cel geëist .
Jdesse Boerenveen (40) kwam op 1 december 2016 even na de middag de garage van verdachte J.K. in Wormerveer binnen, werd daar verschillende keren geduwd en mocht de kantine niet meer verlaten. Ongeveer een half uur later kwamen de verdachten R.M. en B.D. daar aan. Zij dwongen Boerenveen om meerdere mensen te bellen met een verzoek om geld. Het slachtoffer vertelde hen dat hij werd vastgehouden en geld moest betalen. R.M. en B.D. gingen vervolgens weg, haalden onderweg de vrouwelijke schuldeiser D.D. op en incasseerden bij een door Boerenveen gebelde kennis 2000 euro, waarna ze terugkeerden naar de garage. Daar werd het slachtoffer door verdachte D.D. uitgescholden, bedreigd en geslagen. Dat alles is gefilmd door verdachte B.D..
R.M. liet Boerenveen daarna nog andere mensen bellen voor geld en rond 16:00 uur arriveerden de verdachten L.B., M.F. en een derde persoon in de garage. Boerenveen werd ook door L.B. geslagen en vervolgens gedwongen om in de Chrysler te stappen waarmee het trio was gearriveerd. Daarop ging het richting Almere, waar L.B. het slachtoffer een vuurwapen liet zien om druk op hem uit te oefenen. De persoon bij wie ze geld wilden halen, was niet over de brug gekomen.
Bij het strand van Almere Haven moest Boerenveen uitstappen en is er weer een vuurwapen op hem gericht. Op enig moment heeft hij weg kunnen rennen - naar later bleek de verdrinkingsdood tegemoet. L.B., M.F. en de derde persoon hebben nog gezocht, maar hem niet meer kunnen vinden.
Anders dan de officier van justitie heeft de rechtbank niet de overtuiging dat de 40-jarige verdachte A.C. de derde persoon in de Chrysler is geweest. Geen van de getuigen of medeverdachten heeft hem op 1 december 2016 gezien en evenmin is gebleken dat er telefonisch contact met hem is geweest. Er is onvoldoende bewijs dat hij zelf het telefoonnummer dat aan hem wordt toegeschreven op die fatale 1 december heeft gebruikt. Ook overigens is niets van enige betrokkenheid gebleken. Hij is daarom vrijgesproken.
Wat de andere verdachten hebben gedaan, hetzij in Wormerveer hetzij in Almere, ziet de rechtbank als iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven en beroofd houden. En niet, zoals de officier van justitie, als gijzeling. Het is niet bewezen dat de verdachten geprobeerd hebben andere personen dan de gegijzelde te dwingen iets te doen (zoals geld betalen) of niet te doen. De verdachten hebben nauwelijks contact gehad met andere personen over het betalen van geld. Daarom worden ze vrijgesproken van de gijzeling. Voor elke verdachte geldt wel dat hij of zij aan de vrijheidsberoving 'een wezenlijke bijdrage' heeft geleverd. 'Ze vormden een getalsmatige en fysieke overmacht; ieder heeft iets gedaan waardoor er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking (medeplegen) bij de vrijheidsberoving, in Wormerveer tussen verdachten J.K., R.M., B.D. en D.D. en in Almere tussen verdachten M.F. en L.B. en die onbekende derde,' aldus de rechtbank.
De rechtbank vindt niet dat de dood van het slachtoffer de verdachten L.B. en M.F. toe te rekenen is. Er is geen relevant bewijs waaruit blijkt hoe, waar, wanneer en onder welke verdere omstandigheden het slachtoffer is verdronken en of de beide verdachten daarvan op de hoogte waren. Het overlijden van het slachtoffer is niet voorzienbaar geweest. Weliswaar is het slachtoffer van zijn vrijheid beroofd en is nogmaals met het vuurwapen naar hem gewezen, waarna hij is gevlucht, maar dat is onvoldoende om diens dood aan de verdachten L.B. en M.F. toe te rekenen. Beiden worden vrijgesproken van die strafverzwarende omstandigheid. De verdachten worden voor de vrijheidsberoving tot gevangenisstraffen veroordeeld.
Deze straffen zijn fors lager dan de officier van justitie eiste, want de rechtbank komt tot een aanzienlijk andere bewezenverklaring. De rechtbank houdt rekening met het overschrijden van de redelijke termijn waarop de rechtszaak had moeten worden behandeld en met eventuele eerdere veroordelingen. Verder is meegewogen dat de verdachten geen oog hebben gehad voor de persoonlijke vrijheid en integriteit van het slachtoffer, maar dachten hem op deze intimiderende wijze te kunnen bewegen geld aan verdachte D.D. af te dragen. Die vorm van eigenrichting kan niet getolereerd worden.
Dat leidde tot de volgende straffen:
Een deel van de straffen is voorwaardelijk opgelegd. Bij alle verdachten, met uitzondering D.D., is het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde straf niet hoger dan het voorarrest. Zij moet dus opnieuw de gevangenis in.






