
Nederland telt ruim 200 straten die vernoemd zijn naar naar sporters die actief waren op de Olympische Spelen. De site Over Straatnamen heeft ze ingetekend op een kaart, waarop te zien is dat ook wat nu Zaanstad is op deze manier atleten heeft geëerd. Alledrie in Assendelft.
Daar vinden we onder meer het Jochem Bobeldijkpad, genoemd naar de op 12 april 1920 in Zaandam geboren en op 18 november 2010 in Egmond aan Zee overleden kanovaarder. Hij nam deel aan de Olympische Spelen in Helsinki in 1952 en aan die van Londen in 1948 . Medailles waren er niet voor hem in zijn klasse K-1 over 10.000 meter: de eerste deelname leverde een achtste plaats op in 49:36,2 en de tweede een zesde plaats in 52:13,2.
Vader Jochem sr was van beroep houtzager, maar werd later melkboer. Hij had gevoetbald en daarom ging ook junior voetballen. Hij werd lid van KFC. Zijn passie bleek echter op het water te liggen en dat leidde tot een van de kanovereniging Quo Vadis en na de nodige opstartproblemen blonk hij al snel uit in regionale en nationale kampioenschappen. Opmerkelijk is dat de wedstrijden waaraan hij meedeed meestal op zaterdagavond waren, als hij er een dag hard werken in de melkhandel op had zitten.
[embed][/embed]
In de aanloopfase naar Londen kreeg hij wel een vaste trainer, maar dat was iemand die eigenlijk gymleraar van beroep was. Toen hij zeker was van zijn selectie was Bobeldijk ieder vrij uurtje in zijn kano te vinden, meldt NOC * NSF in zijn biografie. De reis naar Londen verliep tamelijk omslachtig: eerst met de trein naar Hoek van Holland en dan verder met de boot. Vervolgens met de trein naar Londen en dan per bus naar de plaats van bestemming, de school waarin zij werden ondergebracht.
Getraind werd ver van de school en de wedstrijden verliepen niet zoals verwacht: het werd een tijdrace op een smalle baan, waarbij de deelnemers om de minuut startten. Daar kwam nog bij dat Jochem een valse start maakte. Toch bereikte hij in de K1-klasse over 10.000 meter een eervolle zesde plaats, waar hij niet tevreden over was. Het speet hem bovendien dat hij door geldgebrek van Nederlandse kant de openingsceremonie en de sluiting niet had kunnen bijwonen. Later terugblikkend had hij spijt van één ding: dat hij geen plakboek van zijn bestaan als sporter had bijgehouden.
Het Gé Dekkerpad is een eerbetoon aan zwemmer Gerardus (Gé) Dekker (Zaandam, 10 december 1904 - 18 maart 1995) die Nederland eenmaal vertegenwoordigde bij de Olympische Spelen en wel in Parijs in 1924 . In het 50-meterbassin van het zwemstadion Georges-Vallerey in de Franse hoofdstad maakte Dekker deel uit van de estafetteploeg, die in de eerste halve finale werd uitgeschakeld op de 4x200 meter vrije slag. Ook op zijn enige individuele nummer, de 100 meter vrije slag, strandde Dekker voortijdig: hij werd uitgeschakeld in de vierde serie. De rest van zijn geschiedenis is in het duister gehuld, maar het pad is een blijvende herinnering.
Jan Jacobus (Jaap) Boot (Wormerveer, 1 maart 1903 - Dordrecht, 14 juni 1986) is de derde met een pad en de enige medaillewinnaar. Deze Zaankanter had zich gespecialiseerd op de 100 meter en het verspringen en nam tweemaal deel aan de Spelen. In Parijs won Boot samen met zijn teamgenoten Jan de Vries, Harry Broos en Rinus van den Berge een bronzen medaille op de 4x100 meter estafette.
De Nederlanders finishten in 41,8, een verbetering van hun beste tijd uit de series. In de derde serie hadden zij al 42 blank laten noteren, op dat moment een evenaring van het wereldrecord dat de Britse ploeg even eerder had gevestigd. Dit record werd in de zesde serie door de Amerikaanse ploeg echter ook alweer gebroken en verder teruggebracht tot 41,2.
[embed][/embed]
Boot werd bij het verspringen ondanks een tweede plaats met een sprong van 6,86 meter al in de series uitgeschakeld. In 1928 was hij er op de Olympische Spelen van Amsterdam opnieuw bij en kwam hij uit op de 100 meter. In de derde serie werd hij met een vierde plaats uitgeschakeld en dat betekende zijn laatste Olympische optreden.
Boot was in 1923 nationaal doorgebroken toen hij als lid van NAC Nederlands kampioen verspringen werd met 6.77,5 en in Rotterdam het Nederlands record verbeterde tot 6.98. In 1924 stapte hij over naar het Haarlemse HAV en zette clubrecords neer op de 80 en 100 meter, op de 2x160 meter, de 4x100 meter en bij het verspringen. In die laatste discipline verbeterde hij zijn eigen Nederlands record tot 7.08,5. Dat leverde het ticket voor Parijs op. De daar verworven bronzen plak was de eerste medaille die Nederlandse atleten ooit op de Olympische Spelen kregen omgehangen.