Zaanse aanpak laaggeletterdheid kan nog wel wat scherper

Foto: Pixabay

Vijftien procent van de inwoners van Zaanstad tussen zestien en 65 jaar is laaggeletterd. Zij hebben er moeite mee om mee te kunnen doen op de arbeidsmarkt en in de samenleving als geheel. Sinds 2020 is de gemeente verantwoordelijk voor de aanpak van het probleem.

De Stichting Lezen en Schrijven prijst de manier waarop Zaanstad en de regio de materie tacklen. ‘Het ambitieniveau is hoog. Wel vraagt een deel van de ambities nog om aanscherping,’ aldus een brief aan de gemeente. Politieke partijen zouden in hun verkiezingsprogramma’s expliciet aandacht moeten geven aan een integrale aanpak van laaggeletterdheid, aan de precieze doelstellingen die ze ermee nastreven en aan het belang van monitoring. De stichting heeft daarvoor een aantal voorstellen.

Formeel en informeel aanbod

Zo moet er een passend en laagdrempelig aanbod zijn voor laaggeletterden van wie Nederlands de eerste taal is. Zij hebben veelal slechte schoolervaringen en daarom zouden er voor hen in alle wijken van Zaanstad verschillende mogelijkheden moeten zijn om deel te nemen aan formele en informele manieren om aan de slag te gaan met lezen en schrijven. De stichting is wat dat betreft benieuwd wat een pilot van Ivio Opleidingen en De Bieb – met een professional én een aantal vrijwilligers – die deze groep nu benaderen oplevert.

Hoge drempel over

Voor deze inwoners is de drempel om hulp te vragen vaak erg hoog en ze zullen bij de balie van de gemeente niet snel vragen om ondersteuning bij het verbeteren van hun basisvaardigheden, weet Lezen en Schrijven. Er is vaak sprake van schaamte en er is onwetendheid over de scholingsmogelijkheden voor volwassenen.

Maar een relatief groot deel van de inwoners met wie de gemeente vaker contact heeft kan hulp bij het verbeteren van hun basisvaardigheden goed gebruiken: laaggeletterden zijn vaker werkloos, maken vaker gebruik van een uitkering en komen vaker in een schuldentraject terecht. Het herkennen en doorverwijzen van laaggeletterden door bijvoorbeeld wijkteammedewerkers zou al een stuk kunnen schelen, aldus de stichting.

Reacties