MOB schiet volop gaten in natuurvergunning biomassacentrale

Foto: Flickr / Rui Ornelas

Het bureau Mobilisation for the Environment (MOB) van Johan Vollenbroek heeft bij Gedeputeerde Staten bezwaar aangetekend tegen de verlening van de natuurvergunning voor de bionassacentrale in de Zaandamse Pascalstraat. Cijfers over de uitstoot zijn niet onderbouwd, de natuurvergunning correspondeert niet met de omgevingsvergunning, er wordt ten onrechte extern gesaldeerd en er is geen apparatuur voorgeschreven om te meten hoe groot de emissie van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak feitelijk is. Om maar eens wat te noemen.

MOB maakte er al eerder bezwaar tegen dat Engie Energy Solutions een hulpwarmtecentrale gaat neerzetten in de Brikstraat in Zaandam ter ondersteuning van de biomassacentrale van Bio Forte en dat die twee als één geheel worden beschouwd in de vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. Die omvat de biomassacentrale met twee ketels en een hulpwarmtecentrale in de Pascalstraat 2, de voorziene hulpcentrale in de Brikstraat en de vijf gasketels van de flats IJdoorn, Noordwachter, Brandaris, Perim en Pharus. De natuurvergunning ziet al deze onderdelen als één inrichting, maar Vollenbroek bestrijdt dat dit mogelijk is omdat de losse onderdelen daarvoor te ver uit elkaar liggen. de biomassacentrale van Bio Forte en de hulpwarmtecentrale van Engie liggen hemelsbreed 1,59 kilometer van elkaar vandaan en over de weg zelfs 1,8 kilometer. De Raad van State houdt veelal één kilometer over de weg als maximum aan, schrijft MOB in het bezwaarschrift.

Vergunningen warboel

Extra bezwaarlijk in dat verband is ook dat er verschillende eigenaars zijn en dat beide centrales onafhankelijk van elkaar in werking kunnen zijn: de activiteiten zijn niet onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom hadden er voor beide installaties afzonderlijk natuurvergunningen moeten worden aangevraagd. Dat betoog wordt nog ondersteund door het feit dat Bio Forte BV op 28 mei 2019 alleen een aanvraag indiende voor de biomassacentrale aan de Pascalstraat. Er is volgens MOB ook geen omgevingsvergunning afgegeven voor de combinatie van de vijf verwarmingsketels, de biomassacentrale van Bio Forte en de hulpwarmtecentrale van Engie.

Geen onderbouwing

Er zijn door Bio Forte twee ketels gebouwd: eentje van twee megawatt met een rookgascondensor (deze voldoet aan de norm van 32,5 mg/Nm3 NOx bij zes procent O2) en eentje van 1,1 megawatt zonder rookgascondensor (50 mg/Nm3 NOx bij zes procent O2). ‘Dit is een knap staaltje omdat de wettelijke norm uit het Activiteitenbesluit 275 mg/Nm3 bedraagt. De in het maatwerkbesluit opgenomen norm is 100 mg/Nm3. Nergens wordt onderbouwd of deze zeer lage NOx-concentraties kunnen worden bereikt,’ schrijft Vollenbroek. ‘Ongemotiveerd is ook de verwachting c.q. aanname dat bovengenoemde NOx-concentraties kunnen worden bereikt met een ammoniakslip van slechts 1,5 ppm NH3.’

Extern salderen

Extern salderen – een toename van uitstoot op de ene plek compenseren door een afname elders – is op dit moment nog niet toegestaan omdat de Aerius-berekening daarop nog niet is uitgerust, aldus MOB. De gasketels van de vijf flats behoren niet tot dezelfde inrichting als de biomassacentrale van Bio Forte en de hulpcentrale van Engie. Er kan daarom ook geen sprake zijn van intern salderen. Geen van deze installaties heeft ooit over een afzonderlijke natuurvergunning beschikt. Er dient dus nog steeds een passende beoordeling over te komen. MOB contateert daarnaast discrepanties in het maatwerkbesluit van 9 juli 2018 voor de biomassacentrale – een vergunde NOx-emissie van 2490 kilo per jaar – en de ontwerpbeschikking voor de natuurvergunning met 632 kilo. In de verleende natuurvergunning is dat 529 kilo per jaar geworden, ‘omdat de omgevingsdienst moest compenseren voor de vergeten ammoniakemissie van de reductie-installaties (SNCR/SCR)’ van de ketels van de biomassacentrale. De ongevingsdienst houdt daar zes kilo aan ammoniakemissie per jaar voor aan, wat volgens MOB ‘onwaarschijnlijk laag’ is en bovendien niet onderbouwd wordt.

Bindend reductieplan

‘De omgevingsdienst gaat er kennelijk vanuit dat als er geen toename is van de stikstofdepositie de natuurvergunning mag worden verleend. Deze impliciete aanname is onjuist. Als er aardgas in plaats van biomassa zou worden gestookt dan zouden de stikstofemissie en de stikstofdepositie lager zijn,’ schrijft Vollenbroek verder. Hij citeert een recent stuk van Chris Backes, hoogleraar omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht die de vloer aanveegt met de ineffectiviteit van het juridisch-bestuurlijk kader voor de regulering van stikstofemissies. Backes pleit voor een langetermijnvisie en een bindend reductieplan om de stikstofbelasting de komende decennia flink omlaag te krijgen. Pas als is vastgelegd welke reducties tot wanneer (en waar) moeten worden bereikt kan met alle betrokkenen overeen worden gekomen wie op welke termijn wat bijdraagt aan deze verlaging, net zoals bij broeikasgassen gebeurt. En dat moet met controles en een stok achter de deur zodat de reductie niet alleen op papier gebeurt, maar daadwerkelijk meetbaar is.

Tegenstrijdigheden

In de conceptvergunning wordt aangegeven dat het thermisch vermogen van de biomassacentrale van Bio Forte BV 3,4 megawatt bedraagt. Er wordt aangegeven dat er sprake is van een ketelinstallatie met stoomketel en stoomturbine en een warmwaterketel met rookgascondensor. De melding op grond van het Activiteitenbesluit van 9 juli 2018 geeft echter aan dat er sprake is van een stookketel met schroefexpansieturbine met een thermisch vermogen van 1,3 megawatt en een biomassaketel met rookgascondensor met een thermisch vermogen van 2,2 megawatt. Dit komt uit op een thermisch vermogen van 3,5 megawatt. Ook bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een ‘milieuneutrale verandering’ van 21 augustus 2018 wordt uitgegaan van een thermisch vermogen van 3,5 megawatt. In de verleende vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is echter geen sprake van die milieutechnische aanpassing. Bovendien is het thermisch vermogen van de hulpcentrale van Engie niet in de vergunning opgenomen, terwijl die door de provincie dus wel – al is dat volgens MOB onterecht – als onderdeel van het totaalproject wordt gezien.

Geen coördinatie

De omgevingsdienst bevestigt zelf dat er geen coördinatie is geweest tussen de omgevingsvergunning en de natuurvergunning. Dat heeft ertoe geleid dat beide vergunningen betrekking hebben op verschillende inrichtingen en dat de vergunde emissies van de beide biomassaketels verschillend zijn (100 mg/Nm3 in de omgevingsvergunning en 50/32,5 mg/Nm3 in de natuurvergunning). MOB is het niet eens met de visie van de omgevingsdienst dat coördinatie wettelijk niet verplicht is en wijst in dat verband op jurisprudentie van de Raad van State. ‘Het gegeven dat de vergunde emissies van NOx en ammoniak een factor zes of meer uiteenlopen laat zien dat er geen enkele coördinatie is geweest tussen beide vergunningen. Het besluit maatwerkvoorschriften van 9 juli 2018 betreft alleen de biomassacentrale, die daarin als een zelfstandige eenheid wordt beschouwd. Derhalve kan niet onder de Wet natuurbescherming voor een andere constructie worden gekozen, in dit geval voor een natuurvergunning van de som van de biomassacentrale, de hulpwarmtecentrale en de vijf gasketels voor de IJdoorn, Noordwachter, Brandaris, Perim, Pharus.’

Geen eisen aan meetapparatuur

Er is bovendien geen enkele voorziening getroffen noch is er apparatuur voorgeschreven om te meten hoeveel de jaarlijkse emissie van NOx en ammoniak in werkelijkheid bedraagt, klaagt Vollenbroek. Er hoeft ook geen enkele vorm van onderbouwde rapportage te worden aangeleverd. ‘Dit plaatst belanghebbenden compleet buiten spel. De vergunde vracht en de Aerius-berekening zijn daarom te beschouwen als een papieren tijger. Dit zou anders zijn als de in de natuurvergunning vergunde ammoniak- en NOx-concentraties/vrachten ook zouden zijn opgenomen in de omgevingsvergunning. Een verplichting tot het uitvoeren van opleveringsmetingen ontbreekt ten onrechte. Ook het bevoegd gezag heeft geen enkel idee of de geclaimde lage NOx-concentratie (circa een factor zes onder de Beste Beschikbare Technieken) wel gaat worden gehaald. Er is geen enkele rechtszekerheid dat de hier gehanteerde normen in de praktijk worden gehaald.’

Democratisch Zaanstad

De NOx- en ammoniakemissies dienen continu te worden gemeten, bezweer Vollenbroek, want ‘anders is de handhaafbaarheid van het bestreden besluit nul komma nul, hetgeen niet kan worden geaccepteerd’. Als gevolg van het stoken van biomassa in plaats van gas verdubbelt de CO2-emissie. Op grond van het Verdrag van Parijs en het Urgenda-vonnis kan dit niet worden toegestaan. MOB is geconsulterd door Democratisch Zaanstad, dat een verbeten strijd voert tegen de omstreden biomassacentrale in Zaandam. Die kwam afgelopen week nog negatief in het nieuws vanwege een technische storing die zorgde voor veel rookoverlast in de buurt. De Kamerfractie van de Partij voor de Dieren wacht nog steeds op antwoorden van de minister over het feit dat de centrale al met proefdraaien begon voor de natuurvergunning verleend was.

 

Reacties