Extra aandacht voor arbeiderswoningen uit 1900 – 1945

Een herinnering aan vervlogen tijden in de Rigastraat.
Foto: Google Street View

Zaanstad wil samen met corporaties en particuliere huiseigenaren de cultuurhistorische waarde van woningen en wijken uit de jaren 1900 – 1945 mee laten wegen in de keuze voor renovatie of sloop en nieuwbouw. Er is nu een inventarisatie en waardebepaling van de vroeg twintigste eeuwse wijken opgesteld en openbaar beschikbaar.

Wethouder voor monumenten en erfgoed Natasja Groothuismink legt in een persbericht uit dat wijken zoals de Rosmolenwijk in Zaandam en de Zuiderkerkstraat in Koog aan de Zaan zeer kenmerkend zijn voor de Zaanstreek aan het begin van de vorige eeuw. Ze zouden echter zomaar ten prooi kunnen vallen aan de slopershamer zonder een erkenning van hun bijzondere waarde. Zaanstad heeft veel woonwijken uit het begin van de twintigste eeuw, aangezien in deze periode van groei in alle voormalige Zaangemeenten nieuwe woonwijken ontwikkeld werden voor de arbeiders van de lokale fabrieken.

Gezond en veilig

Deze wijken werden gebouwd volgens de meest moderne technieken en gaven de nieuwe bewoners voor het eerst een gezonde en veilige woonomgeving. Er was veel aandacht voor de opzet en de uitstraling van de huizen en er werden architecten en stedenbouwkundigen van naam aangetrokken. Inmiddels zijn ze echter vaak in technisch slechte staat. Met Het Blok in Krommenie hebben de gemeente en eigenaar Parteon de eerste ervaring opgedaan met het onderzoeken van mogelijkheden voor het behoud van cultuurhistorische waarden op wijkniveau. Daarbij is gebleken dat er dringend behoefte is aan een gemeentebrede inventarisatie.

De komende tijd publiceert Zaanstad.nieuws.nl op onregelmatige dagen een beschrijving van de betrokken Zaanse wijken, in onze allereerste zomerserie onder de naam Zaansche arbeiderswijken, na een algemene inleiding over woningbouw tussen de eeuwwisseling en het einde van de Tweede Wereldoorlog. Vandaag de eerste aflevering: de Havenbuurt in Zaandam.

Woningnood

Het begin van de negentiende eeuw was niet zo heel verschillend van onze tijd, met een trek van het platteland naar de steden. Destijds waren het als gevolg van de industriële revolutie vooral arbeiders die op zoek gingen naar een plek om te wonen en het gevolg was woningnood. Bouwregels bestonden niet en daardoor bouwden ontwikkelaars kleine woningen, zonder goede voorzieningen en van slechte kwaliteit.

In 1852 besloot een aantal gegoede Amsterdammers dat het zo niet langer kon en zij richtten de Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse op. Goede woningen moesten niet alleen de volksgezondheid maar ook de rust in de maatschappij ten goede komen. Nieuwe inzichten leidden in 1901 tot de invoering van de Woningwet, waardoor huizen ineens aan bepaalde eisen moesten voldoen: zo moesten ze op het riool worden aangesloten, voorzien worden van stromend water werden bedsteden en alkoven in de ban gedaan om te worden vervangen door slaapkamers.

Houtverbod

In de Zaanstreek kwam er een verbod op het bouwen van houten huizen, waarmee een einde kwam aan bijna 1000 jaar houtbouwtraditie. Gemeenten met meer dan 10.000 inwoners moesten ook een stedenbouwkudig plan opstellen. Daarbij werd de mogelijkheid om Rijkssubsidie aan te vragen voor woningbouw geintroduceerd voor erkende woningbouwverenigingen en bouwmaatschappijen die uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting werkzaam waren. Het gemeentebestuur van Zaandam besloot in 1903 om een uitbreidingsplan te laten maken voor de Oostzijde van Zaandam. De Haarlemse tuin- en landschapsarchitect Leonard A. Springer werd gevraagd om het stedenbouwkundig plan te maken.

Te duur…

Hij maakte een ontwerp met brede wegen, bruggen over de Zaan, pleinen, parken en een begraafplaats. In 1905 werd dat gepresenteerd aan de gemeenteraad, maar het is er op de begraafplaats na nooit gekomen: het ontwerp was te duur en moestRe duur daarom worden aangepast. Jan E. Van Niftrik, architect van het Hoogheemraadschap der Uitwaterende sluizen van Kennemerland en Westfriesland, werd gevraagd om het plan gedetailleerd uit te werken. Hij was een meer civieltechnische architect en daarom werd het plan minder esthetisch en soberder en schraler. De straten werden maximaal vijftien tot achttien meter breed en het aantal bruggen, parkjes en pleinen werd minder. Het herinnert ons tot aan de dag van vandaag aan het feit dat besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening tot ver in de toekomst hun echo’s laten horen.

Het einde van een traditie

Van Niftrik voegde ook wat later de Havenbuurt zou worden toe en ook bij de Westzanerdijk kwam de mogelijkheid om volkswoningbouw toe te voegen. Het plan werd in 1909 vastgesteld en brak met de Zaanse traditie van paden haaks op de dijk, de zogenoemde visgraadstructuur. De eerste buurt die gebouwd werd was de Havenbuurt. Daarna volgden Vissershop, gedeelten van de Rosmolenwijk, de Talmabuurt en de Slachthuisbuurt.

Uit het Algemeen Handelsblad van 24-10-1911.

De Havenbuurt

In 1909/1910 werd gestart met de bouw van dit buurtje dat (mede) bedoeld was om arbeiders van de Artillerie Inrichtingen te huisvesten. De AI werd vanuit Delft overgeplaatst naar Zaandam en een deel van de werknemers kwam mee uit Zuid-Holland. De vorm van de wijk werd bepaald door de begrenzing van het water en de spoorlijn naar de Artillerie Inrichtingen. De eerste straten volgden de oude verkaveling van het landschap.

Groen en ruimte

Bij het ontwerp voor deze nieuwe wijk was aandacht voor groen en ruimte, in lijn met de nieuwe inzichten over gezondheid en hygiëne. De eerste 46 woningen werden gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging Zaandams Belang in het noordelijke, driehoekige deel van de buurt (de Archangelstraat, de Rigastraat, de Bangkokstraat, de Basseinstraat en Havenstraat) naar een ontwerp van gemeentearchitect W.G.J. (Gerrit) van der Koogh. Het ontwerp was dan ook van de hand van Van der Koogh. In 1914 werden nog eens veertien woningen toegevoegd aan de Rigastraat.  

Vanaf 1918 werd de buurt verder bebouwd, zowel in opdracht van de woningbouwvereniging Zaandams Belang (Onegastraat) als Zaandamse Volkshuisvesting, Goed Wonen en Patrimonium. De woningen aan de Rigastraat van Goed Wonen hebben dezelfde architectuur als hun voorgangers in de Belgischestraat in de Rosmolenbuurt. Ook het rijtje woningen in de Archangelstraat heeft dezelfde architectonische details als huizen in de Rosmolenbuurt. Een deel van de woningen in de Havenbuurt, de woningen van ZVH en voormalig Patrimonium (nu Rochdale) is inmiddels vervangen door nieuwbouw.

 

 

 

Reacties