Inventarisatie behoefte standplaatsen woonwagens

De Ducaatstraat in Zaandam.
Foto: Google Street View

De gemeente heeft nog niet in beeld hoe groot de behoefte aan (nieuwe) standplaatsen voor woonwagens in Zaanstad is, maar is volop bezig met de inventarisatie om in de pas te komen met het nieuwe Rijksbeleid voor deze groep inwoners. Dat stoelt op de culturele identiteit en mensenrechten van Roma, Sinti en woonwagenbewoners.

Gemeenten dienen een invulling aan het lokale woonwagenbeleid te geven die woonwagenbewoners beschermt tegen discriminatie en voldoende rechtszekerheid biedt. In tegenstelling tot andere gemeenten is Zaanstad nooit overgegaan tot een uitsterfbeleid voor woonwagens nadat in 1999 de Woonwagenwet werd ingetrokken en de verplichting om een kamp in stand te houden verviel. Deze groep inwoners integreerde in het algemene beleid, maar 20 jaar later is duidelijk geworden dat dit niet werkt: een ‘gewoon’ huis wordt door de woonwagenbevolking nog steeds als een straf evaren omdat het hen isoleert van hun familie en belemmert om de hechte banden in stand te houden.

Ruim 70 plaatsen

Sinds 2000 zijn in Zaanstad ongeveer 20 standplaatsen verkocht aan bewoners. De overige 20 zijn overgedragen aan woningcorporatie Parteon, die sindsdien het beheer en de verhuur van standplaatsen en woonwagens regelt en in de loop der jaren ook standplaatsen en woonwagens heeft verkocht. Momenteel heeft Parteon nog tien standplaatsen en zes woonwagens in bezit. Volgens de bestemmingsplannen zijn de standplaatsen als volgt verdeeld:

De Ducaatstraat is officieel een locatie voor kermisexploitanten (bedrijfswoningen).

Het nieuwe beleid betekent dat gemeenten aparte regels voor woonwagens en standplaatsen moeten vaststellen als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Dat dient voldoende rekening te houden met en ruimte te bieden voor het woonwagenleven van de doelgroep. Daarvoor moet nu de behoefte aan standplaatsen inzichtelijk worden gemaakt. Een woningzoekende Roma, Sinti of woonwagenbewoner moet vervolgens binnen een redelijke termijn kans maken op een standplaats. Dat laatste houdt in dat de wachttijd ongeveer synchroon moeten lopen aan die voor een sociale huurwoning.

Corporaties verantwoordelijk

Het daadwerkelijk realiseren en exploiteren van sociale woonruimte is – in welke vorm dan ook- geen kerntaak van gemeenten. Woonwagenbewoners met een huishoudinkomen onder de 38.035 euro per jaar behoren tot de doelgroep van de woningcorporaties, die daarmee ook verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen, verhuren en exploiteren van woonwagenlocaties, standplaatsen en woonwagens.

Duidlijkheid in derde kwartaal

Om het beleid in Zaanstad ‘mensenrechtenproof’ wordt momenteel de Uitvoeringsagenda Wonen geactualiseerd en aangepast aan de nieuwe realiteit. De verwachting is dat dit in het derde kwartaal van dit jaar gebeurd is. In de aanloop daar naartoe wordt overlegd (vertegenwoordigers van) woonwagenbewoners, zodat zij een duidelijke stem hebben in het proces.

Er wordt momenteel bekeken wie nu op de woonwagenstandplaatsen wonen en wie de eigenaren zijn van de wagens en standplaatsen. Er moet ook nog worden vastgesteld wie wel en niet tot tot de ‘woonwagenbewoners’ behoren en hoe we deze groep op een juiste manier kan worden afgebakend. Dat laatste is nodig om te kunnen toetsen of iemand daadwerkelijk aanspraak van maken op een standplaats of een wagen. Elementen die worden onderzocht zijn:

  • De (on)mogelijkheden voor uitbreiding van het aantal standplaatsen;
  • Wachtlijsten en de mogelijkheden om belangstelling te registreren;
  • Spelregels bij toewijzing/verdeling van standplaatsen en woonwagens;
  • Verhuur via woningcorporatie(s).

Reacties