Kruisstraat geeft schatten van Pietertje en Kris prijs

Foto: Gemeente Zaanstad

Tijdens de werkzaamheden de vervanging van de riolering in de Kruisstraat in Krommenie is archeologisch onderzoek gedaan en daarbij zijn bijzondere vondsten gedaan. Sander Hakvoort, adviseur archeologie van Zaanstad, deelde een bijzonder verhaal. Wie waren Pietertje en Kris?

In het midden van de Kruisstraat werd een circa twee meter brede sleuf gegraven voor het nieuwe riool en dad deed archeologen watertanden. De Kruisstraat is van oorsprong een pad – het Kruispad – dat waarschijnlijk aan het eind van de zestiende eeuw is aangelegd. Langs het Kruispad zijn van oudsher bedrijfjes gevestigd. Zo is bekend dat er scheepshellinkjes aan hebben gelegen en er zijn enkele molens langs het pad geweest. Ook het ambacht van zeilmaker werd hier gebezigd, met rolreders (het oprollen van zeildoek) en garendrogers als beroepen.

Zicht op het Kruispad richting het westen, circa 1900. Bron: Gemeentearchief Zaanstad

In de negentiende eeuw had het pad nog een kenmerkend karakter: in het midden lag een sloot en aan weerszijden was bebouwing aanwezig. Door middel van kleine bruggetjes kon men van de ene naar de andere kant komen. Omdat de Kruisstraat een dergelijke oude voorgeschiedenis kent, kreeg de straat in het archeologisch beleid van Zaanstad een belangrijke plek.

Om deze reden is besloten om de rioleringswerkzaamheden archeologisch te begeleiden. Onderzoeksbureau Argo voerde dit werk uit. De archeologische begeleiding houdt in dat de werkzaamheden op de normale manier kunnen worden uitgevoerd, met de kanttekening dat de specialisten gelegenheid moeten krijgen om vondsten te verzamelen en – indien nodig en mogelijk – profielen te documenteren en eventuele structuren (denk aan bijvoorbeeld beschoeiingen) op te tekenen. De riolering wordt met behulp van de graafmachine aangelegd. De uitgegraven grond wordt daarna door een archeoloog nagevlooid.

De overdadige regen heeft het schema wat in de war gegooid, maar vanaf het begin van de archeologische begeleiding zijn vele vondsten aan het licht gekomen. De oudste lijken hierbij te wijzen op de beginperiode van het Kruispad, in de laat zestiende of vroeg zeventiende eeuw. Tabakspijpen in witte pijpaarde zijn goed dateerbaar en hiervan zijn enkele van de vroegst voorkomende typen gevonden. Opmerkelijk is de grote hoeveelheid dierlijk botmateriaal, met veel middenvoetsbeenderen van runderen en veel delen van de schedel met hoorn(pit): het lijkt erop dat hier de runderen gevild zijn, waarbij de hoeven en kop gescheiden werden van de huid.

Pietertje en Kris

Naast het veel voorkomende servies van een roodbakkend aardewerk, werden ook twee opmerkelijke aardewerkvondsten gedaan. Een bijzondere is een kopje van zogenoemd witbakkend industrieel aardewerk, waarop een tekst geschilderd is. In sierlijke letters is hier ‘Dit is Pietertjes kommetje’ te lezen. Van een andere orde is ‘Kris’. Op dit ‘Boerenbont’ kopje van industrieel aardewerk is in kleurige letters zijn naam aangebracht. Dergelijke kopjes werden zo rond 1860-1890 gefabriceerd, onder andere in de werkplaatsen van Petrus Regout in Maastricht.

Door een combinatie van de archeologische vondsten die per vak van vijf meter lengte verzameld zijn én de historisch bekende informatie uit archiefonderzoek, is het wellicht mogelijk bepaalde vondsten of vondstcategorieën aan bepaalde bewoners te koppelen. Was er misschien een leerlooier actief aan het begin van de Kruisstraat, en verklaart dat de grote hoeveelheid dierlijk bot? Werden er wellicht meer kleipijpjes weggegooid of verloren rondom de bekende bruggetjes? En hoe leuk zou het zijn als Pietertje en Kris terug te vinden zouden zijn in de historische gegevens. Het gravende werk in de Kruisstraat is afgerond, het uitzoeken van de gegevens begint nu pas.

Aanmelden nieuwsbrief
Cookieinstellingen