De voorzieningenrechter heeft Zaanstad teruggefloten in een zaak over de opvang van ontheemen uit Oekraïne. De gemeente weigerde hulp omdat er geen plek meer was, maar was daar volgens
de uitspraak niet toe bevoegd. Bovendien is onduidelijk of de betrokken ambtenaar wel een mandaat had om deze beslissing te communiceren.
De Oekraïners stuurden op 15 maart vorig jaar een e-mail naar
[email protected] waain ze schreven geen geld en geen onderdak te hebben. Ze verzochten daarom om een (tijdelijke) veilige opvangplek. Daarop volgde een ontnuchterend en kil antwoord: de coördinator vluchtelingenopvang liet weten dat er niet alleen in Zaanstad en omgeving geen plek was, maar dat de bezettingsgraad in Nederland op dat moment 99,8 procent was en dat gelet hierop de kans op opvang elders in het land ook 'nihil' was.
Europese richtlijn
Dat was volgens de Oekraïners in strijd met de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie en zij stapten naar de rechter. Zaanstad betoogde daar dat er in de regeling slechts sprake is van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatverplichting, maar daar denkt de rechter anders over. Overigens kwamen de vluchtelingen na ingrijpen van een andere rechter terecht in een hotel in Oostzaan, en daar willen ze blijven zolang daarvoor de noodzaak bestaat. Dat is wél in lijn met de Europese regels, die bepalen dat een college de zorg voor de materiële en immateriële opvang van ontheemden draagt, dat gezorgd moet worden voor een ‘fatsoenlijk onderkomen’ en dat er bij plaatsgebrek passende maatregelen moeten worden genomen en aanvullende steun moet worden verleend.
Moeilijke taak
'Tussen het Rijk en de colleges is sprake van een inspanningsverplichting om het benodigde aantal opvangplekken te realiseren. Het opvangen van ontheemden betreft een resultaatsverplichting. Dit volgt niet alleen uit vermelde regelgeving, maar is inmiddels door diverse rechtbanken bevestigd. Er is geen grondslag voor het weigeren van opvang in een situatie dat er geen opvangplekken beschikbaar zijn. In dat geval kan het college in een alternatieve opvang voorzien,' aldus de uitspraak. 'De voorzieningenrechter begrijpt dat het college zich gesteld ziet voor een moeilijke taak, maar dat laat de wettelijke verantwoordelijkheid van het college om voor opvang van ontheemden zorg te dragen onverlet.'