Gemeente wil beter zicht op omvang en oorzaken jeugdwerkloosheid

dec 03 2017, 12:36 Gemeente
jeugdwerkloosheid
De gemeente gaat databanken met gegevens over het aantal werkloze jongeren in de gemeente stroomlijnen om er achter te komen om hoeveel inwoners het nu eigenlijk gaat.
De gemeente werkt onder meer met wijkfoto’s: dat zijn geen plaatjes maar geschreven observaties over maatschappelijke thema’s in de elf wijken van Zaanstad. Ze moeten de wijk-en jeugdteams een beter beeld geven van de problemen die er spelen. In die wijkfoto’s is ook opgenomen hoeveel bewoners tot 27 jaar een uitkering hebben, maar enkel het turven van het aantal bijstandsuitkeringen blijkt een incompleet beeld te geven van de jeugdwerkloosheid.

Verschillende bronnen

Een werkloze jongere schrijft zich in bij het UWV als werkzoekende of meldt zich bij het Jongerenloket en komt wellicht in aanmerking voor een WW- of een bijstandsuitkering. Loopt de WW-uitkering af, dan gaat de route via het Jongerenloket richting bijstand. Daarmee ontstaat het beeld dat het UWV en de gemeente verschillende bronnen van informatie hebben die voor het in kaart brengen van de jeugdwerkloosheid relevant zijn. Het voorstel is nu om drie verschillende datasets bijeen te brengen:
  • Het UWV houdt voor gemeenten cijfers bij over het aantal baanloze werkzoekenden (mits die geregistreerd staan bij het UWV) en het aantal mensen met een WW-uitkering. Bij deze cijfers is het mogelijk een uitsplitsing te maken naar leeftijd;
  • Het Jongerenloket weet hoeveel er inwoners onder de 27 een beroep doen op ondersteuning van de gemeente;
  • In de wijkfoto’s is niet alleen informatie vastgelegd over het aantal jongeren dat beroep doet op een bijstandsuitkering, maar ook over het opleidingsniveau en schooluitval.

Lokale cijfers

Door alle beschikbare lokale data te combineren wil het college een totaalbeeld krijgen van de problematiek. De monitor jeugdwerkloosheid moet voor het einde van dit jaar klaar zijn en kan dan in januari 2018 naar de raad worden gestuurd. Het doel is om de monitor te gebruiken als een nulmeting, waaraan de effecten van gemeentelijk beleid in de toekomst kunnen worden getoetst.