Verplicht gesprek met de omgeving vóór plan wordt ingediend

Foto: Pixabay / Maklay 62

Participatie van burgers wordt een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet die op 1 januari 2022 in werking treedt en waarin geregeld wordt dat initiatiefnemers van een plan bij een vergunningaanvraag verplicht moeten aangeven of en hoe omwonenden daar al hun mening over hebben kunnen geven. Daar moet dus vooraf over gepraat worden, als nog niet alles al vastgelegd is.

De Omgevingswet regelt niet alleen wat overheden moeten organiseren op het gebied van participatie, maar ook private partijen. Zanstad heeft nu een participatieprotocol opgesteld dat initiatiefnemers moet helpen om hiermee alvast aan de slag te gaan. Denk daarbij niet alleen aan ontwikkelaars of bedrijven die woningen of een fabriek willen bouwen, maar ook aan een groep buurtbewoners die een speelplek wil inrichten in de openbare ruimte.

Niet iedereen hoeft het uiteindelijk eens te zijn met het plan, want dan zou het land op slot gaan. De achterliggende gedacht is dat wanneer mensen zich gehoord voelen, dat de kans vermindert dat ze in een later stadium bezwaar maken. ‘Bovendien is het gewoon een kwestie van goed fatsoen om met de omgeving te praten over wat u wilt gaan doen,’ aldus het protocol.

Indieningsvereiste, geen toetsingsgrond

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt daarom In Zaanstad al voor de inwerkingtreding van de nieuwe gevraagdof er overleg is geweest met belanghebbenden, hoe dat overleg heeft plaatsgevonden en wat er met met de uitkomsten is gedaan. Een goed participatieproces kent volgens Zaanstad vier stappen: in beeld brengen wie de belanghebbenden zijn; in gesprek gaan en goede afspraken maken; inzichten, ideeën, zorgen en mogelijke oplossingen vastleggen en eventueel plannen aanpassen en terugkoppeling geven aan de belanghebbenden.

Het resultaat hiervan geeft de gemeente inzicht in de ruimtelijke belangen die een rol spelen en hoe de aanvrager hier rekening mee heeft gehouden. De vergunning wordt verleend of geweigerd op basis van beoordelingsregels uit het bestemmingsplan en de wet, waarin de ruimtelijke belangenafweging een plek heeft. Participatie is daarmee een indieningsvereiste, maar geen inhoudelijke toetsingsgrond.

Hoe?

Met de omgeving in contact komen kan op velerlei manieren, bijvoorbeeld door middel van een enquête, een bijeenkomst, één-op-éen gesprekken of door het inzetten van sociale media. In tijden van corona zijn er ook tal van digitale middelen die kunnen worden ingezet om belangstellenden te informeren en om met hen in gesprek te komen. Daavoor kan ook professionele hulp worden ingeschakeld.

 

Reacties