
Binnenkort gaat het onderzoek van start naar de verplaatsing van het hoogspanningstracé over de Westzijde , maar netbeheerder TenneT heeft wellicht een alternatief voor de hoog boven de stad zwevende kabels.
Eind vorige maand introduceerde het bedrijf samen met bouwconcern BAM de zogenoemde ‘grondverdringende techniek’, waarmee hoogspanningskabels ondergronds kunnen worden aangelegd zonder al te veel overlast voor de omgeving.
N
ormaliter worden ondergrondse hoogspanningsverbindingen van 110 en 150 kilovolt aangelegd door sleuven van twee tot zes meter breed en twee meter diep te graven. Een kostbare techniek, en eentje met een grote impact op de omgeving. Daarom hebben TenneT en BAM een alternatief uitgeprobeerd waarbij een hoogspanningscircuit aangelegd wordt zonder dat al dat gegraaf.
Met de nieuwe methode wordt de grond als het ware 'opengeritst’ met een ploeg. Vervolgens worden de hoogspanningskabels gelegd en wordt de grond weer dichtgeritst. Op deze manier kan een kilometer kabeltracé (bestaande uit zes kabels) binnen een week worden aangelegd. ‘Dit kon in het verleden nog wel eens zes weken duren’, stelt de netbeheerder in een persbericht.
[embed]https://vimeo.com/238528305[/embed]
De techniek is voor het eerst uitgepobeerd bij het project Randstad 380 kV, waarbij de 150 kilovolt-verbinding tussen Leiderdorp en Hazerswoude over een afstand van zeven kilometer in de grond geritst is. Dat was een primeur voor Nederland.
Sjouke Bootsma, senior manager van TenneT: ‘Het aanleggen van een nieuwe hoogspanningsverbinding heeft meestal een grote impact op de omgeving. Met name het ondergronds aanleggen is een enorme operatie. Wij doen er alles aan om deze impact tot het minimum te beperken. De sleuflozetechniek van BAM Infra helpt ons die doelstelling te realiseren.’






