Het percentage slachtoffers van traditionele criminaliteit bleef tussen 2023 en 2025 onveranderd, maar online criminaliteit nam wel toe. Bij traditionele vormen van criminaliteit gaat het om zaken als inbraak, diefstal, geweld en vernieling.
Het aantal slachtoffers daarvan bleef de aflopen twee jaar 20 procent, nadat tussen 2021 en 2023 sprake was van een stijging, vooral bij geweldsdelicten. Daarvoor daalde dit percentage tien jaar lang. Dit meldt het
Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van de Veiligheidsmonitor 2025, een tweejaarlijkse enquête onder mensen van vijftien jaar of ouder.
Cijfers over geregistreerde misdrijven bij de politie geven hetzelfde beeld. In 2025 kreeg de politie ongeveer evenveel meldingen van traditionele misdrijven als in eerdere jaren.
In 2025 zei 20 procent van de vijftien-plussers dat zij in de twaalf voorafgaande maanden slachtoffer waren geweest van traditionele criminaliteit. Dit zijn ongeveer drie miljoen mensen. Het vaakst genoemd werden vermogensdelicten (elf procent), gevolgd door vernielingen en geweldsdelicten (beide zeven procent).
Voor alle vormen geldt dat het percentage slachtoffers in 2025 gelijk is aan dat in 2023, maar hoger is dan in 2021. Er is een groot verschil tussen stad en platteland: in zeer sterk stedelijke gemeenten gaat het om 29 procent tegenover dertien procent in niet-stedelijke gemeenten. Ter vergelijking: in Amsterdam werden 63 van elke 1000 inwoners slachtoffer, in Zaanstad 30, in Oostzaan 27 en in Wormerland twaalf.
Online criminaliteit
In 2025 zei zeventien procent van de vijftien-plussers in de afgelopen twaalf maanden slachtoffer te zijn geweest van online criminaliteit. Dit is iets meer dan in 2023, maar gelijk aan 2021. Wel kwamen meer mensen in aanraking met online oplichting en fraude dan in de jaren daarvoor. Vooral aankoopfraude, waarbij bestelde en betaalde goederen of diensten niet worden geleverd, nam toe. Hacken komt minder voor dan in 2021.