De Raad van State
heeft de deur opengezet voor toekomstige edities van het festival Lentekabinet in Het Twiske. Organisator Dekmantel BV heeft volgens 's lands hoogste algemene bestuursrechter terecht een natuurvergunning gekregen voor het jaarlijkse tweedaagse evenement waar maximaal 16.000 bezoekers welkom zijn.
De Stichting Hart voor het Twiske
vocht die vergunning tevergeefs aan. De RvS oordeelt dat de natuurvergunning op goede gronden is verleend en dat Gedeputeerde Staten 'zich daarbij heeft kunnen baseren op de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de aanvraag'. De rechtbank kwam eerder al tot de slotsom dat de door de stichting ingediende contra-expertise onvoldoende aanknopingspunten biedt voor twijfel aan de juistheid en de volledigheid van de overlegde onderzoeken. Ook de betogen van de stichting over de cumulatie met de negatieve gevolgen van de nieuwe camping Twiske Haven vonden in beide gevallen geen gehoor.
Tegenargumenten
Hart voor het Twiske stelde onder meer dat er onvoldoende aandacht was geschonken aan de populatieomvang van dieren en de mate van isolatie, ecotype, genenpool en leeftijdsstructuur en dat er met de op- en afbouw van het Lentekabinet in totaal dertien dagen sprake is van de verstoring van dieren.
Daarnaast worden volgens de stichting de gevolgen van lichthinder onderschat, omdat geen rekening is gehouden met beveiligingsverlichting en veiligheidsverlichting en de daarbij behorende hinder voor de beschermde meervleermuis, roerdomp, bruine kiekendief, rietzanger en snor. En dat geldt ook voor de gevolgen van geluid, dat kan leiden tot verminderd foerageren, conditievermindering en verhoogde predatie.
Advies niet dubieus
De Raad van State stelt echter dat Gedeputeerde Staten mochten afgaan op het advies van een deskundige, nadat was nagegaan of 'dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten'. Als een tegenpartij 'concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan'. Maar van dat laatste was in dit gval dus geen sprake geweest.