De eigenaar van een houthandel aan de Rijshoutweg in Zaandam schetste onlangs bij een hoorzitting op het stadhuis een dramatisch beeld van 'een inval van een cowboyteam van Zaanstad’ bij het bedrijf. Volgens burgemeester Jan Hamming was er echter geen sprake van 'vijftien, twintig man die kwamen binnengestormd met pistolen en handboeien bij zich'.
Volgens Hamming was het bezoek aan de houthandel onderdeel van een reguliere, integrale controle op het bedrijventerrein en was er geen specifieke aanleiding voor. Op afgelegen terreinen is het risico op criminaliteit groter dan elders omdat er minder toezicht is en daardoor kans op meldingen van verdachte situaties. Gemengde teams van Zaanstad gaan daarom pro-actief op bedrijven af, maar zonder bewapening en zonder handboeien.
Nieuwsartikel
Het Noordhollands Dagblad publiceerde naar aanleiding van de hoorzitting een uitgebreid verslag van de grieven van de houthandelaar - 'Alsof ze op zoek waren naar Bolle Jos, terwijl ze maar één mannetje zoeken' - en dat triggerde Democratisch Zaanstad. Die partij bevroeg Hamming over de kwestie en kreeg dus een hele andere versie van het gebeuren te horen.
Illegale bewoning
Het 'mannetje' waar naar werd verwezen werd ook niet gezocht, maar aangetroffen als illegale bewoner van het bedrijfspand. Het ging om een asielzoeker die er al anderhalf jaar werkte en woonde en die nu moet verhuizen. Niet alleen vanwege de formele oveweging dat er in het pand niet gewoond mag worden, maar ook vanwege de brandgevaarlijke omgeving.