
De Jeugdboa’s van Zaanstad zijn ermee opgehouden om social media accounts te monitoren van de jongeren waarmee ze te maken krijgen, omdat dit een juridische grondslag mist. Dat ligt anders met het napluizen van online uitingen van bijstandsgerechtigden, en daar gaat de gemeente dan ook mee door.
De Jeugdboa’s reageren op meldingen over jeugdoverlast en om dat goed te kunnen doen is een vertrouwensband met de jongeren belangrijk. De bijzondere opsporingsambtenaren proberen vanuit de vertrouwensrelatie jongeren ook te helpen als er persoonlijke problemen zijn, en het volgen van social media accounts was erop gericht om beter in beeld krijgen wat zich zoal onder de jongeren afspeelde en wat er onder hen leefde, schrijft wethouder Natasja Groothuismink aan de raad. Het was echter niet toegestaan.
Voor het volgen van inwoners op social media accounts is een wettelijke grondslag nodig en die is er wel daar waar het gaat om internetonderzoek door de medewerkers van de afdeling Naleving van de gemeente: het college is bevoegd om 'onderzoek in te stellen naar de juistheid en volledigheid van verstrekte gegevens en zo nodig naar andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de verlening dan wel de voortzetting van de bijstand'. En daar vallen ook de onderzoeken op internet onder, waar GroenLinks, de PvdA en het CDA liever vanaf willen .
'In Zaanstad hebben wij er voor gekozen om de (zwaardere) rechtmatigheidsonderzoeken, waarbij actief informatie verzameld moet worden over de feitelijke woon- en leefsituatie, bij de afdeling Naleving te beleggen. De medewerkers van deze afdeling zijn gespecialiseerd in het uitvoeren van controleonderzoeken en bekend met de wet- en regelgeving die bij deze onderzoeken in acht genomen moet worden. Zij doen, als de situatie daarvoor aanleiding geeft, ook onderzoek op internet,' schrijft de wethouder. Met de toevoeging dat de gemeentelijke speurneuzen zich daarbij houden aan de Handreiking internetonderzoek Participatiewet van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.