
Terwijl in Zaanstad – en met name in Saendelft - de discussie rondom de nieuwe manier van afvalinzameling in alle hevigheid is losgebarsten, domineert in andere gemeenten in de provincie diftar te discussie : de variabele afvalstoffenheffing. Inwoners zijn er niet altijd blij mee, maar ze blijken wel aanzienlijk minder huishoudelijk afval te produceren dan het landelijk gemiddelde.
Dat schrijft Afvalcontainershop.nl in een persbericht , naar aanleiding van een onderzoek waarbij de meest recente afvalcijfers in Nederland zijn vergeleken op basis van de methode voor het innen van de afvalstoffen heffing. In Zaanstad betaalt elk adres hetzelfde bedrag, ongeacht het aantal gezinsleden. Dat is niet de meest gebruikelijke methode: veel gemeenten maken een verschil tussen een- en meerpersoonshuishoudens.
Ruim 40 procent van de gemeenten hanteert inmiddels diftar: een variabele afvalstoffenheffing die afhangt van de hoeveelheid restafval die wordt aangeboden. En in deze gemeenten is dat 42,4 procent lager dan het landelijk gemiddelde, aldus het onderzoel . Ook de totale hoeveelheid huishoudelijk afval blijkt er gemiddeld 10,6 procent lager te liggen dan het landelijk e cijfer .
Verder bleek dat inwoners van diftar-gemeenten afval een stuk beter scheiden. Zo wordt er op jaarbasis gemiddeld 13,6 procent meer oud papier en karton en 9,8 procent meer glas ingezameld.
Uit de meest actuele afvalcijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (2016) blijkt ook dat inwoners van de tien gemeenten die in dat jaar overstapten naar diftar, in het eerste jaar direct 40,8 procent minder restafval en in totaal 8,8 procent minder huishoudelijk afval produceerden. Landelijk nam het restafval slechts met 6,5 procent af en nam de totale hoeveelheid huishoudelijk afval juist met 0,1 procent toe.
Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de diftar-methode waarbij de kosten zowel afhangen van de hoeveelheid afval als van het aantal keren dat een verzamelcontainer wordt gebruikt zorgt voor de grootste afname per inwoner. Wanneer per afvalzak moet worden afgerekend leidt dat tot de laagste hoeveelheid restafval per inwoner, maar is het effect het kleinst wat betreft de totale hoeveelheid huishoudelijk afval.






