
De namen van Nederlandse sympathisanten van Fethullah Gülen hadden nooit mogen worden doorgespeeld aan de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Dat zei Murat Türkmen, secretaris van de de Islamitische Stichting Nederland vandaag tijdens een verhoor van de Tweede Kamer. De stichting is de Nederlandse tak van de Turkse overheidsinstantie Diyanet . Ook de Sultan Ahmet moskee in Zaandam en de Anadolu moskee in Krommenie zijn erbij aangesloten.
De organisatie wordt regelmatig ‘de lange arm van Turkije’ genoemd en dat bewees het Turkse staatspersbureau Anadolu toen het in 2016 een lijst publiceerde met Nederlandse organisaties die de omstreden prediker Gülen zouden steunen. De Turkse regering beschuldigt Gülen ervan achter de mislukte staatsgreep van 2016 te zitten. Sindsdien vervolgt president Erdogan de Gülenisten en nog maar enkele dagen geleden werden opnieuw honderden arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen al dan niet vermeende volgelingen van Gülen buiten Turkije. Türkmen benadrukte bij zijn inbreng aan de parlementaire mini-enquête over buitenlandse moskeefinanciering in Nederland dat de oud-voorzitter van de organisatie de Nederlandse lijst verspreidde op persoonlijke titel , en niet uit naam van de stichting.
Op de vraag of een Turkse imam in Nederland wat hem betreft loyaal zou moeten zijn aan ons land of aan Turkije, wilde Türkmen niet zeggen. Wel zei hij dat 'het gewoon niet kan' dat de Turkse overheid aan een imam vraagt om namen door te geven. Alle imams in de moskeeën van de stichting zijn in Turkije opgeleid en worden betaald door de Turkse regering. Zij leggen verantwoording af aan de Turkse attaché in Rotterdam en komen regelmatig bij elkaar. Maar daarbij zou het over religieuze zaken en niet over politiek gaan. Eventuele geldstromen van Turkije naar Nederland kwamen niet aan de orde: op de laatste dag van de mini-enquête stond politieke beïnvloeding centraal.






