
Staatssecretaris Nicki Pouw-Verweij van Volksgezondheid werkt aan een plan voor de introductie van 'moderne verzorgingshuizen': de tussenstap van thuis en verpleeghuis. Het gaat om zelfstandige woningen met zorg en ondersteuning nabij en gedeelde gemeenschappelijke ruimten.
In opdracht van het ministerie heeft adviesbureau PwC onderzoek gedaan naar de behoefte aan dit soort voorzieningen, hoeveel het zou kosten en wat de gevolgen zouden zijn voor de arbeidsmarkt. Met de resultaten van dit onderzoek als basis worden het komende half jaar de details uitgewerkt. Uit het onderzoek van PwC kwam naar voren dat ruim 20.000 ouderen zouden willen verhuizen naar een modern verzorgingshuis. Daarbij geeft het merendeel de voorkeur aan een zelfstandig appartement boven een kamer met gedeelde voorzieningen.
Het gaat om ouderen die wel een zorg- of ondersteuningsvraag hebben, maar nog geen Wlz-indicatie, dat wil zeggen nog geen beslissing van het Centrum Indicatiestelling Zorg dat zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz) vereist is. Meestal gaat het daarbij om alleenstaande ouderen zonder sociaal netwerk. Voor hen is het verpleeghuis nog niet aan de orde, maar neemt de afhankelijkheid van zorg toe en is de vraag hoe lang zij nog thuis kunnen blijven wonen.
PwC heeft ook onderzoek gedaan naar de kosten. Hieruit blijkt dat de 470 miljoen die hier structureel voor beschikbaar is voldoende is om de plannen uit te voeren. De moderne verzorgingshuizen moeten woningen worden waarin ouderen beschut en veilig kunnen wonen met een gezamenlijke ontmoetingsruimte en buitenruimte en een centraal toegangspunt. Een vaste zorgaanbieder regelt de zorg en ondersteuning in het gebouw, die op afroep beschikbaar is. Als de zorgvraag toeneemt hoeven mensen daardoor niet nogmaals te verhuizen.
Een belangrijk element voor het fijn wonen in een verzorgingshuis is de gemeenschap waarmee activiteiten worden georganiseerd, waar voldoende aanspraak is als je naar de ontmoetingsruimte gaat en waar gezamenlijk kan worden gekookt en gegeten, aldus de minister. De buurt kan daar ook bij worden betrokken. Een levende gemeenschap zorgt er ook voor dat er een lagere zorg- en ondersteuningsvraag is, zeker als bewoners kunnen worden gestimuleerd hier ook een rol in te spelen.






