
'Om de houdbaarheid van de Wet maatschappelijke ondersteuning te verbeteren' voert het kabinet een aantal aanpassingen door. De belangrijkste aanpassing is de invoering van 'een passende eigen bijdrage' voor huishoudelijke hulp per 1 januari 2025, waarbij meer rekening wordt gehouden met de draagkracht van huishoudens.
Praktisch betekent dit dat huishoudens met een inkomen boven 185 procent van het sociaal minimum (in 2021 was dit circa 30.000 euro voor een alleenstaande AOW-gerechtigde) een hogere eigen bijdrage gaan betalen. Staatssecretaris Maarten van Ooijen voert zo de afspraak in het coalitieakkoord uit om een eerlijkere eigen bijdrage voor huishoudelijk hulp in te voeren. Het wetsvoorstel gaat één dezer dagen in internetconsultatie.
'Afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het huidige vaste tarief voor huishoudelijke hulp dat voor ieder huishouden dat een eigen bijdrage moet betalen hetzelfde is, heeft geleid tot een forse groei van het aantal aanvragers. Daarbij valt op dat met name de hogere inkomensgroepen de procentuele groei fors is,' aldus de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dit leidt ertoe dat de toegankelijkheid van Wmo-voorzieningen onder druk komt te staan voor juist de meest kwetsbare inwoners.
Voor de meeste huishoudens betekent de invoering van een passende eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp dat zij alsnog negentien euro per maand blijven betalen. Bij de hogere inkomens zal de eigen bijdrage geleidelijk stijgen naarmate het inkomen hoger wordt. Voor een huishouden met een inkomen van 1000 euro boven dat grensbedrag wordt de eigen bijdrage circa 6,70 hoger. Vanaf een inkomen van circa 66.000 euro gaat de maximale eigen bijdrage gelden van 255 euro per maand. Deze bedragen kunnen mogelijk nog veranderen op basis van de indexatie.
In het Integraal is Zorgakkoord afgesproken dat gemeenten per 2025 110 miljoen euro per jaar extra krijgen voor Wmo-voorzieningen. Waar de nieuwe passende eigen bijdrage dus naar verwachting gaat zorgen voor een minder groot beroep op de huishoudelijke hulp, zorgt deze afspraak ervoor dat er per 2025 structureel meer geld beschikbaar komt voor overige Wmo-voorzieningen, zoals aanpassingen in huis, een traplift of dagbesteding voor ouderen.
Sinds de invoering van het abonnementstarief
voor de Wmo kunnen huishoudens sinds 2019 gebruikmaken van bepaalde Wmo-voorzieningen voor een vast tarief van inmiddels negentien euro per maand ongeacht het inkomen, vermogen of gebruik.






