
Democratisch Zaanstad meent dat de rechten van een inwoner geschonden zijn omdat een gemeenteambtenaar diens architect ertoe bewoog om de aanvraag voor een ‘kansloze’ omgevingsvergunning in te trekken met de belofte van lagere leges, terwijl de beslistermijn al verlopen was en de vergunning dus eigenlijk van rechtswege al verstrekt was. Bovendien weigerde het college de vergunning na het intrekken van de aanvraag alsnog, maar werd vervolgens besloten om die weigering als niet verzonden te classificeren.
De a anvraag voor het herstellen van de fundering van een woning aan de Czarinastraat in Zaandam en het realiseren van een uitbouw en opbouw dateert van 30 augustus 2017. Nog voordat daar door he t college een formeel besluit over was genomen, vertelde een ambtenaar de architect van de aanvrager al dat de vergunning geweigerd zou worden, maar dat de verschuldigde bouwleges lager zouden uitvallen als de aanvraag werd ingetrokken. Dat gebeurde vervolgens, maar daarmee is het toetsen van de aanvraag en de weigering van de vergunning onmogelijk geworden, aldus DZ. En is de aanvrager een belangrijk recht onthouden.
De
aanvraag voor de vergunning werd
op 1 april 2018 ingetrokken
en op 3 april besloot het
college des
ondanks alsnog om de vergunning te weigeren. Deze gang van zaken leidt bij de fractie tot een aantal vragen.
Komt het vaker voor dat er een dergelijke ‘korting’ wordt gegeven op bouwleges? Op grond van welke bevoegdheid
van
de ambtenaar gebeurt dat dan en met welk doel?
Waar zijn de criteria en richtlijnen geregeld? DZ vindt het een onwenselijke ontwikkeling en noemt het
bovendien ‘niet behoorlijk’ dat bij een vergunningaanvraag waarop door de gemeente te laat gereageerd wordt alsnog wordt aangestuurd op het intrekken daarvan.






