Handhaving gevraagd om wachtlijsten GGZ-zorg te verkleinen

04 apr 2024, 10:36 Actueel
screenshot 20220831 084420
Publicdomainvectors.org

De Consumentenbond wil dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) harder ingrijpt bij de lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg en heeft daarom een handhavingsverzoek tegen zorgverzekeraars ingediend. Volgens de bond hadden eind januari duizenden psychologen en psychiaters geen contract met één of meerdere zorgverzekeraars, terwijl zo’n 100.000 verzekerden wachten op een GGZ-behandeling.

Volgens een in 2005 vastgestelde norm is de maximale wachttijd tussen aanmelding voor GGZ-zorg en behandeling veertien weken. In december 2022 stond meer dan de helft van de wachtenden al langer op die wachtlijst en vorig jaar bleek dat het aantal wachtenden niet daalde. Begin maart spoorde de NZa de vier grootste verzekeraars daarom formeel aan hun zorgplicht over de wachtlijsten te verbeteren. De NZa controleert daarbij volgens de bond vooral de wachtlijstbemiddeling, maar moet juist afdwingen dat zorgverzekeraars meer zorg inkopen.

'Ondanks de enorme wachtlijsten hebben verzekeraars slechts de helft van de beschikbare GGZ-aanbieders gecontracteerd,' zegt Sandra Molenaar, directeur van de Consumentenbond. 'De NZa constateert al jarenlang dat er problemen zijn met de wachttijd, maar heeft lang niets van zich laten horen. Ook ziet de toezichthouder niet hoeveel zorg zorgverzekeraars inkopen. Dat is een onhoudbare situatie en daarom dienen wij een handhavingsverzoek in.'

Bezorgdheid in Zaanstad

In Zaanstad besprak de gemeenteraad vorige week de wachtlijsten in de jeugdzorg

. Daarbij bleek dat dwars door de partijen heen de bezorgdheid groot is, maar oplossingen ontbreken. Aanbieders kampen met personeelstekorten en het aantal zorgvragen neemt toe. Wethouder Natasja Groothuismink gaf aan dat de meeste capaciteit wordt ingezet in wijken waar de problematiek het grootst is en dat kinderen en jongeren die acuut hulp nodig hebben het eerst aan de beurt komen, hoewel dat ook betekent dat minder ernstige gevallen pas later in behandeling worden genomen. De zorg verschuift bovendien van een puur op het kind gerichte aanpak naar een integrale visie op de thuissituatie en hulp die aanvullend ook aan ouders of verzorgers kan worden aangeboden.