
In Amsterdam wordt naar verwachting deze zomer gestart met onderzoeken naar de milieueffecten van verschillende opstellingsalternatieven van windmolens, onder andere bij de Noorder IJplas. Tegen die locatie bestaat in Zaanstad veel weerstand , vooral vanwege mogelijke belemmeringen voor toekomstige woningbouw. Een provinciaal referendum over windmolens komt er niet .
Amsterdam onderzoekt als onderdeel van de milieueffectrapportage drie alternatieven mét windmolens en één zonder turbines. Voor de alternatieven wordt er gekeken naar de aantallen (drie tot vijf molens), de mogelijke hoogtes (150 tot 200 meter) en de verschillende locaties, zodat een goede vergelijking kan worden gemaakt. Tot deze locaties behoort het cluster Noorder IJplas / knooppunt Coenplein, waar onderzoek wordt gedaan naar vijf turbines met een tiphoogte van 150 meter, ashoogte van 100 meter en rotordiameter van 100 meter én naar een scenario met drie turbines met een tiphoogte 200 meter, een ashoogte van 120 meter en rotordiameter van 160 meter. Langs de oever van het IJ en op het Cornelis Douwes-terrein gaat het om drie windturbines met een tiphoogte van 150 meter, ashoogte van 85 meter en rotordiameter van 130 meter.
De alternatieven zijn voortgekomen uit een analyse waarbij gekeken werd naar onder andere de wettelijke eisen en beperkingen en fysieke belemmeringen in het gebied. Ook heeft de inbreng van deelnemers aan het omgevingsberaad en van andere belanghebbenden een rol gespeeeld. Van de alternatieven worden visualisaties gemaakt en naar verwachting zijn medio augustus - september de milieueffecten bekend.
Direct daarna komen er bijeenkomsten waarop deze gepresenteerd, toegelicht en besproken worden. Na deze avonden zal in overleg met omgevingsberaad, de provincie, buurgemeenten en Amsterdam de keuze gemaakt worden voor de definitieve locaties, de types en het aantal molens.