Aandeel van 30 procent sociale huur nieuwe norm

Nieuwe sociale huurhuizen van Parteon aan het Blok in Krommenie.
Foto: Parteon

Er moet in ons land een betere verdeling komen als het gaat om het aantal sociale huurwoningen in de woningvoorraad. Het streven is dat alle gemeenten naar 30 procent sociale huurwoningen toegroeien, kondigde het kabinet gisteren aan.

Gemeenten die al ‘ruim voldoen’ aan de 30 procent kunnen zich concentreren op de bouw van koop- en huurwoningen voor middeninkomens. Daarnaast moet elke gemeente een woonzorgvisie en een huisvestings- of urgentieverordening opstellen, waarin wordt vastgesteld wat er nodig is aan ondersteuning en hoe bepaalde aandachtsgroepen zoals starters met voorrang een woning kunnen krijgen.

https://twitter.com/geertrijken/status/1524673770602082304

‘Iedereen verdient een thuis. Voor mensen die extra zorg en aandacht nodig hebben is het vaak lastig om een geschikte woning te vinden. Elke gemeente heeft de verantwoordelijkheid om haar eerlijke deel te nemen en te zorgen voor voldoende woningen voor deze groepen. Meer sociale woningen bouwen dus en zorgen dat er voldoende ondersteuning is,’ aldus minister Hugo de Jonge. Het streven is dat corporaties tot en met 2030 in totaal 250.000 nieuwe sociale huurwoningen bouwen.

Evenredige verdeling

Daarbij is het belangrijk dat er een evenredige verdeling komt tussen de gemeenten. Er zijn er nu gemeenten met minder dan 20 procen sociale huur en met meer dan 40 procent goedkope huurwoningen. Met regionale verschillen wordt  ook in de toekomst rekening gehouden en maatwerk moet mogelijk blijven, vindt de minister. Op het moment dat er onvoldoende gedaan wordt om naar de gewenste 30 procent toe te groeien kan de provincie ingrijpen. Daarvoor is wetgeving in de maak.

Plaatselijke regels

Gemeenten worden verplicht een woonzorgvisie en huisvestings- of urgentieverordening op te stellen. In een woonzorgvisie voor aandachtsgroepen en ouderen moet aangegeven worden wat er nodig is om voldoende woningen en maatschappelijke ondersteuning te bieden en de juiste zorg te regelen. Met de huisvestings- of urgentieverordening gaan gemeenten met voorrang woningen toewijzen aan dak- en thuislozen, uitstromers uit (zorg)instellingen of detentie en ‘sociaal en medisch urgenten’. Op het moment dat blijkt dat gemeenten onvoldoende verantwoordelijkheid nemen om deze groepen te huisvesten, wordt een percentage vastgesteld dat gehaald moet worden.

 

Reacties

Cookieinstellingen